Beste Hans Rieder,
Er moet me iets van het hart. Ik ben bezorgd om u. Het soort bezorgdheid dat je overmant en het midden houdt tussen plaatsvervangende schaamte en medelijden.
U wordt toch niet onze lokale Rudy Guiliani?
Advocaat is immers een eervol beroep. Onze maatschappij vraagt dagelijks enorme offers van de advocatuur. De mentale spreidstand tussen de innerlijke overtuiging van de advocaat als individu en die van haar cliënten vragen een zekere vorm van zelf toegebrachte schizofrenie.
De meesten onder ons zouden medicatie innemen om dit innerlijke conflict te onderdrukken, maar advocaten moeten vaak dag in dag uit hun geweten afzetten en voluit hun maatschappelijk rol vervullen.
Iedereen heeft recht op een advocaat. Vaak een slagzin zonder enige inhoud, maar u brengt deze leuze ten laste van uw eigen gezondheid dagdagelijks in de praktijk. Sterker nog, u bent vaak de laatste strohalm waaraan vermeende criminelen zich aan vast klampen, in de hoop op vrijspraak. U bent als het ware de Robin Hood van de onverdedigbaren. De Maria Theresia van de uitgespuwden. De Rudy Guiliani van de corrupte machthebbers.
Zo geliefd u bent bij uw cliënteel, zo gevreesd bent u bij menig rechter. U wordt vaak respectloos omschreven als een procedure advocaat, maar u pareert deze kritiek moeiteloos door te stellen dat uw cliënt ook haar rechten heeft. En terecht. Want ook een schuldig crimineel heeft het recht op gelijkwaardige behandeling. Dat hij daardoor de extra kans op vrijspraak meepakt, is slechts een accident de parcours; een maatschappelijke kost die door de gemeenschap dient te worden gedragen. Hadden we maar beter onze eigen wetten en procedures moeten respecteren, zie ik u denken.
Maar toen ik u met uw keppeltje zag rondlopen, viel ik toch even van mijn stoel. Was het ironie? Dreef u daar ongegeneerd de spot met het jodendom? Was u, zoals uw tegenstanders plachten te stellen, weer aan het provoceren?
Niets bleek minder waar. Tijdens De Afspraak kwam u ons dat nog eens zo mooi uitleggen. Ook de pin met de Israëlische vlag ter hoogte van uw borst kwam even in beeld. Het was namelijk uit solidariteit met het Joodse volk dat u sinds 7 oktober dit keppeltje droeg. U had daarvoor met uw véle Joodse vrienden overlegd of dit wel gepast was, en kijk, u had hun Beracha, hun joodse zegen, bekomen.
Uw Joodse vrienden waren immers, in uw woorden, voldoende intelligent om te begrijpen dat uw engagement tav het Joodse volk niet in conflict stond met de hangende zaak van onze lokale deugniet Dries van Langenhove.
Sterker nog, u betoogde dat Dries Van Langenhove werd berecht door een niet legale rechtbank. U nam het woord niet in de mond, maar ik zag het u denken. U vergeleek de rechtbank als het ware met een Volksgerichthof dat, zoals ten tijde van Nazi Duitsland, politiek gestuurd werd.
U zag, en dat was best wel knap, ook nog even kans om tussen te komen in de monoloog van Caroline Gennez. Om uw punt te maken rond de onzin van de genocide beschuldiging door Zuid Afrika. Om ook snel even de rechtsgang in Den Haag te discrediteren.
Een mens zou het geloof in onze instituten verliezen.
En toen ik u daar zo zag met uw keppeltje, terwijl u het onverdedigbare verdedigde, dacht ik aan Rudy Guiliani, wiens make up en afgaande haarkleur door het vele zweet langs zijn wangen naar beneden liep. Alle mogelijke loopholes zoekende binnen de rechtsgang, inbeukend op ons rechtsapparaat, alle middelen inzettend ten goede van het kwade.
De zwarte strepen die over zijn gezicht liepen, waren symbolisch voor de neergang van de ex-burgemeester van New York. Het was een triest schouwspel. Uw blik deed vermoeden dat u zich ook niet 100% comfortabel voelde met dat keppeltje op. Het leek of u de afkeurende blijk van Freilich, die ook te gast was in De Afspraak, trachtte te ontwijken. Was het nu blasfemie of steun dat u uitsprak? Had u uw hand verspeeld en kon u niet meer terug? Zat u vast in een rabbit hole, en bleef u graven in de hoop toch terug boven te komen?
Wordt u onze Vlaamse Rudy Guiliani?