Moet u dit boek lezen?
Eerlijk gezegd, ik ben beginnen lezen en heb het na enkele tientallen bladzijden noodgedwongen voor enkele maanden opzijgezet. Niet omdat het onderwerp me niet boeide, of omdat het slecht geschreven was, verre van, maar omdat Hertmans’ vertellende stijl in dit werk me teveel vroeg.
Ik geeft het toe, ik lees sporadisch, hoogstens enkele boeken per jaar en heb gewoon een probleem om intensief mijn aandacht gefocust te houden na de werkuren. Net zoals velen onder u ben ik ten prooi gevallen aan content enkel onder de vorm van een snelle snack. Sommige boeken gaan erin als zoete koek, anderen vragen mij als lezer dan weer om op elke zin te kauwen. Niets mis met dat laatste, maar dan wordt de lezing onherroepelijk geparkeerd totdat ik met vakantie vertrek. En u raadt het, ik heb er zonet een deugddoende vakantie op zitten op een tropisch eiland terwijl de rest van België moest afrekenen met een uitloper van de winter, zo vlak op de drempel met de lente.
Het was mijn vrouw die me attendeerde op dit boek, nadat ze er een artikel over had gelezen in De Standaard. Ik was direct verkocht, de titel alleen al: ‘Verschuivingen’. Het is een centraal en hedendaags thema geworden. Er wijzigt veel in ons dagdagelijks leven, maar kunnen we daadwerkelijk de vinger leggen op wat er nu precies anders is? Zijn er altijd al antivaxxers geweest, of valt het nu pas op? Is het plots ok om in volle openheid met extreem rechts te dwepen, of glijdt de gêne van iedereen af nu eender wie wat dan ook kan braken op sociale media? Is Trump een accident de parcours, of de voorbode van wat de onmiddellijke toekomst nog maar te bieden heeft? Heeft de UK zich echt uit de EU gestemd, of was het BoJo maar om te lachen? En waarom lijkt het alsof politiek alles muurvast zit? Lokaal kibbelen onze politici als kleine kinderen, terwijl we voor mondiale uitdagingen staan die net leiderschap vragen. Daar waar de corona pandemie ons nog enigszins een schijn van mondiaal daadkrachtig optreden voorspiegelde, speelde Poetin iedereen weer uit mekaar met zijn inval in Oekraïne. Hoe basaal en primair deze inval ook moge wezen, het is niet het leed van de talloze Oekraïense burgers dat het verschil maakt met talloos andere oorlogen. Het is de hernieuwing van een verloren gewaande vrees dat het misschien ooit wel eens tot een nucleaire oorlog zou kunnen komen. Hoezo einde van de geschiedenis, hallo Fukuyama?
Hertmans eerste zin is er dan ook raak op: ‘De tijdgenoot weet niets’. En verderop: ‘dit is een tijd van overgang naar iets wat we nog maar heel gedeeltelijk beginnen te begrijpen.’ Maar wat is dat nu, wat verandert er precies en naar waar gaat die overgang? En hoe wordt deze overgang begeleid: zijn we slechts in staat om te observeren en passief te ondergaan, of beschikken we over de juiste ‘hemelhaken en aardse kranen’ om onze toekomst te bouwen?
Is identiteit het antwoord op onze uitdagingen?
Toch niet weer een boek over woke, ik hoor het u al denken. Het was Bart de Wever die onlangs nog refereerde naar Hertmans in de positieve zin, en voor progressieven is dit vaak voldoende reden om af te haken. Wacht toch maar even vooraleer een mening te spuien en lees rustig verder.
Hertmans stelt dat onze tijd door 3 thema’s wordt beheerst, nl. klimaatverandering, migratie en de economische ongelijkheid die voortkomt uit ons neoliberaal marktmodel. Nieuw is dat inzicht niet, maar wat het interessant maakt is dat Hertmans stelt dat de 3 fenomenen aanleiding geven tot ‘displacement’, het uit je oorspronkelijke plaats worden gerukt en daar terecht komen waar je aanwezigheid onvoorspelbare gevolgen heeft. Alles wat we kennen en vaak eeuwen onveranderlijk bleef, wordt nu gedwongen om zich te verplaatsen of aan te passen. Niet langer is traditie de norm, de dynamiek van ons leven wordt volledig beheerst door ons aanpassingsvermogen aan wat continue anders is. Daar waar vroeger alles bepaald werd door verworteling, traditie en overvloed, maakt de mens zich vandaag op om om te gaan met labiele evenwichten, gestuurd door ontworteling, aanpassing & schaarste.
Interessant, omdat Hertmans vertrekt van het labiele evenwicht dat continue verschuift als een permanent gegeven, dat vraagt om een andere aanpak.
Het is een boutade, maar de enige constante is dus verandering. Als je op zoek bent naar welomlijnde antwoorden hoe we dit moeten aanpakken, dan kom je wellicht bedrogen uit na finale lezing van dit boek. Het boek biedt geen praktische antwoorden, maar staat stil bij de ideologische verschuivingen die Hertmans vaststelt en hoe deze eerder katalyserend ipv verzachtend werken op de verschuivingen waar we op wensen in te grijpen. Ons denkkader is onvoldoende mee geëvolueerd om en antwoord te kunnen bieden aan de vele veranderingen waar we voor staan.
Je kan er niet omheen bij het lezen van het boek van Hertmans, de structuur van het boek doet bij momenten denken aan Elchardus’ Reset, u weet wel dat boek dat door progressief Vlaanderen werd verketterd. Ook hier wordt stil gestaan bij de cultus van de ik persoon, op wat ons onderscheidt van de ander, en hoe men nu rechten uit dat anders zijn wenst te putten. Het bruggetje wordt ook hier gemaakt dat we in de 20ste eeuw het faillissement zien van de grote ideologieën en dat het meer en meer plaats begint te maken voor het identitaire debat.
Maar daar waar Elchardus een onderscheid maakt tussen kleine en grote identiteiten, om dan voluit en ongegeneerd voor het nationalisme te kunnen pleiten, komt Hertmans tot de conclusie dat ook de nationalistisch identitaire ideologie gefaald heeft: identitaire politiek heeft niet verhinderd dat de lagere middenklasse de greep op haar felbevochten naoorlogse welzijn heeft verloren, terwijl de hogere middenklasse het almaar beter had.
Met Elchardus deelt Hertmans nog de gemeenschappelijke mening dat het neoliberalisme veel schade heeft aangericht. Hoewel Elchardus zeer veel oog heeft voor de sociale ongelijkheid dat het neoliberalisme heeft voortgebracht, dan toch niet omwille van haar interne logica, maar eerder omwille van de soevereiniteits-ondergravende dynamiek dat met neoliberalisme gepaard ging. Hoewel Hertmans dat laatste expliciet ook erkent, komen ze beide tot een andere conclusie. Meer natie met een stevige scheut vaderlandsliefde bij Elchardus, en het volksberoep als remedie tegen activistische rechtspraak. Migratie wordt opgelost door ons te gaan opsluiten in beschavingen, een netter woord voor Fort Europa of de opgebouwde muur op de Amerikaans-Mexicaanse grens.
Het is dan ook geen toeval dat Elchardus met geen woord rept over klimaat, wellicht omdat hij ook wel beseft dat de oplossing niet in de natiestaat verborgen ligt, hij zwijgt er dan ook zeer strategisch over.
(Deze analyse heb ik reeds gemaakt en meer uitvoerig beschreven in https://justsomeoneinthecrowd.blog/2021/11/28/reset-conclusieelchardus-is-het-progressief-linkse-project-vergeten-te-formuleren/)
Hertmans kan alleen maar vaststellen dat identitaire politiek, waaronder nationalisme, nergens ter wereld heeft voorkomen dat grote bevolkingsgroepen verglijden naar armoede. De uitdagingen waarvoor we staan zijn grensoverschrijdend, en vragen om een nieuwe vorm van politiek dat onmogelijk identitair kan worden opgelost door je op te sluiten in mekaar beconcurrerende beschavingen. Je kan er niet omheen, wat we zelf doen, doen we niet beter dan een ander, maar toegegeven: het bekt wel lekker.
Waarheid in tijden van pest en cholera.
Mbt waarheidsbeleving maakt Hertmans een eerlijke analyse. Ook hier vindt hij Elchardus als het aankomt op wat deze laatste kleine identiteiten noemt. Het nieuwe denken is subjectief en ervaringsgericht. De focus ligt op het verschil, een criterium waarmee men de ander kan evalueren. Dat verschil is gender, raciaal of gelinkt aan een seksuele voorkeur. Het leidt tot nieuwe stammentwisten waarbij de objectieve waarheid geruild wordt voor een subjectieve doorleving. Ook voor Hertmans ligt de opkomst van wat hij bubbels noemt, in het verdwijnen van de zuilen. Alleen zijn de zuilen nu vervangen door zuiltjes, met elk hun thema. Het mobiliseren van deze bubbels is vaak one shot, bij gebrek aan voldoende politieke substantie om er een maatschappij dragend project van te maken. De waarheid wordt niet meer gezegd als hij kwetst. Er wordt gedacht in termen van goed en kwaad. Hoe goed bedoeld ook, als elke bubbel denkt dat ze als enige het moreel bij het rechte eind hebben; dan blijft uiteindelijk enkel vijandschap over voor zij die niet datzelfde inzicht delen.
Maar interessanter is dat Hertmans, in tegenstelling tot Elchardus, ook oog toont voor hoe de waarheidsbeleving evolueerde onder druk van het populisme. Kennis is macht is nog nooit zo actueel geweest. Om de complexiteit te begrijpen van de diverse grote uitdagingen, is vaak zeer gespecialiseerde kennis nodig, maar dat vraagt tijd, tijd dat we vaak niet hebben. Op deze manier vervangt de meningsvorming zelf de ware toedracht. Dit fenomeen wordt vaak dan nog eens algoritmisch versterkt op sociale media, of door vrijwillig enkel nog aan nieuwsgaring te doen op mediakanalen die slechts 1 stem laten horen.
Populisten buiten deze dynamiek ten volle uit. Doordat wetenschap vaak een kwestie is van voortschrijdend inzicht en continue wordt blootgesteld aan kritiek, ontstaat bij grote delen van het publiek het gevoel dat wetenschap maar een mening is. De ambivalentie, het betrekkelijke van wetenschappelijke beweringen dat de bron is van wetenschappelijke evolutie wordt nu plots de achilleshiel van datzelfde wetenschappelijke onderzoek. De populist spint garen bij een ‘elite’ dat vaak niet in staat is om eenduidige antwoorden te bieden op complexe problemen. Nuance is nu een poging tot verdoezeling. Feiten doen er voor de populist niet meer toe.
Kritiek, dat net de garantie is van objectiviteit, wordt nu te volle als wapen ingezet om enkel nog maar te discrediteren. In feite geeft kritiek aan dat de objectieve waarheid niet bestaat, dat het een illusie is. Het is net deze observatie dat het moeilijk maakt voor politici om met eenvoudige recepten te komen die stabiliteit kunnen garanderen. En het is net deze observatie dat het populisten eenvoudig maakt om overal samenzweringen in te herkennen. Elk overheidsingrijpen wordt als een ingreep op je individuele vrijheid aanzien. Deze tegenstelling kwam zeer sterk naar de oppervlakte tijdens de corona pandemie. Dat de overheid met vallen en opstaan beleid heeft moeten voeren, en soms op basis van nieuwe inzichten delen van haar beleid radicaal moest herzien, was enkel koren op de molen van populisten. En zo geschiedt dat het dragen van mondmaskers ter bescherming van anderen tot op de dag van vandaag nog door grote groepen in de samenleving wordt gezien als een directe aanslag op hun fysieke integriteit.
Individuele vrijheid komt daarmee in direct conflict met burgerschap. Dat laatste vraagt immers per definitie dat men een deel van zijn individuele vrijheid afstaat ten voordele van de gemeenschap waar men deel van uitmaakt. Of om het anders uit te drukken, geen individuele vrijheid zonder gemeenschap. Het is net dat gebrek aan begrip dat een overheid zulke afwegingen dient te maken, dat kenmerkend is voor burgers zonder burgerzin. Hetzelfde fenomeen doet zich voor als het op de relativiteit van wetenschap aankomt. Het betrekkelijke niet willen of kunnen aanvaarden is een gevaar voor ons democratisch functioneren. Het betrekkelijke dient een basis te zijn voor debat, burgerschap vereist dat je kan erkennen dat een ander met legitieme argumenten tot een ander wereldbeeld komt.
Terwijl progressieven zich ingraven in ieder zijn moreel superieure cultuurwaarheid, streven populisten een waarheid na dat de burger eenvoudigweg van zijn burgerzin ontslaat.
Op dit punt doet Verschuivingen me wat denken aan wat Loobuyck combinatiedenken noemt. Je kan nooit pretenderen de waarheid in pacht te hebben, je politieke tegenstrever heeft geen ongelijk over de hele lijn. Het vraagt empathisch vermogen om je ook in zijn schoenen te willen plaatsen en erkenning te tonen voor diens argumenten. Enkel zo kunnen we samenleven. Loobuyck & Hertmans komen in die zin tot eenzelfde observatie: burgerschap vereist dat het je plicht is om deel te nemen aan de gemeenschap, en vraagt van eenieder de wil om zich aan combinatiedenken te onderwerpen.
Is ons vastlijmen aan een Van Gogh de oplossing?
Maar waar Loobuyck zijn analyse beperkt tot wat van een burger kan worden verwacht, stelt Hertmans zich meer actief de vraag hoe deze burger politiek kan worden gerecupereerd. Hoe politiek te mobiliseren? Nationalisme tracht te mobiliseren vanuit het mythisch gedeeld verleden, extremistische partijen teren op een gevoel van onbehagen en progressieven gaan vaak activistisch te werk om de bevolking te sensibiliseren.
Hertmans stelt onomwonden dat sensibilisering één ding is, maar politieke strijd een ander. Politiek kan niet beperkt blijven tot ‘een gezapige dialoog tussen gelijkgezinden’, maar moet gaan om de strijd om politieke hegemonie. Een permanente kritiek, maar uiteraard met respect voor de verschillen. Voor Hertmans ligt de zwakte van het activisme in het feit dat ze als orgaan politiek onvoldoende gevormd is, niet in staat om reeds als een volwassenen deel te nemen aan de ‘klinkende’ macht. Het redden van de planeet kan zich niet beperken tot het draaien van spectaculaire natuurfilmen die aanzienbaar aantonen dat het ijs op de poolkappen smelt, zolang haar tegenstrever haar macht scrupuleus uitvoert en zonder verpinken CO2 intensieve industrieën stiefmoederlijk blijft behandelen.
Het doet me denken aan een artikel dat ik gelezen heb van Pascal Debruyne https://t.co/Qe2PNrmOXe dat leest als een pleidooi om sociaal werk sterker politiek te positioneren, want de overheid is geen neutraal terrein. De krachtsverhoudingen worden continue hertekend ten tijde van ‘grote transformaties’ zoals ‘migratie, economie of klimaat’. Politisering, niet in de zin van ‘een machtsvrije dialoog in de richting van consensus’, maar scherper, moet aanleiding geven tot ‘een politiek handelen’.
Het doet me ook denken aan het pleidooi van Jahjah om het project van een radicale centrum, zoals beschreven in zijn laatste boek. Zowel Jahjah als Hertmans komen tot dezelfde conclusie dat politiek aan beide kanten van het centrum ofwel vervalt in populisme ofwel in kleinburgerlijke bubbeldiscussies die geen oplossing bieden voor de verschuivingen van onze tijd. Het centrum wordt leeggezogen en wat nog overblijft is een ruggengraatloze ideologie, niet meer in staat om het kiezerspubliek enigszins te mobiliseren.
Jahjah breidt een politiek project aan zijn analyse, en heeft met enkele gelijkgezinden dit ook concreet uit de grond willen stampen. Voor velen lachwekkend en het projectje is dan ook snel een stille dood gestorven, maar je kan Jahjah niet verwijten dat hij niet concreet nadacht hou uit de impasse te geraken. Maar nooit of nergens heeft hij de hand gerijkt naar het middenveld rond de thema’s die ertoe doen, zoals klimaatopwarming. Dat hij daarmee zelf in een themabubbel van gelijkgezinden (woke) kwam is wellicht de ironie van deze fait divers. Dat hij zich dan ook omringt met ontkenners allerhande discrediteert zijn project.
Maar zoals gesteld bij het begin van dit artikeltje, ondanks het besef dat we er met activisme alleen er niet zullen geraken, kan Hertmans niet het antwoord geven hoe dan wel. Hoe maakt activisme de sprong naar een politiek incontournabele sparring partner in de geopolitieke arena?
Zijn laatste 2 hoofdstukken spendeert hij aan wat hij een nieuwe cartografie noemt en hoop. We moeten een nieuwe grammatica ontwikkelen dat zowel onze actualiteit beter omschrijft, als ons denken om ermee om te gaan. Hoop is daarin de leidraad.
Ik weet het, blijft wollig. Maar u was gewaarschuwd. Tot dan zullen we ons wellicht nog lang moeten vastlijmen aan allerhande objecten. En ondertussen kan u dit fijn boekje lezen.