Bakfietsen op kernenergie I: boekbespreking van ‘Waarom gele hesjes niet met bakfietsen rijden’ en ‘De wereld gaat niet naar de knoppen. Als we ons hoofd koel houden.’

Dit is de eerste van 2 boekbesprekingen rond het thema klimaat en focust op het boek ‘Waarom gele hesjes niet met bakfietsen rijden’ van Wim Van Lancker & Adeline Otto. Ik zal in de tekst regelmatig enkel naar Van Lancker verwijzen voor de leesbaarheid, maar ben me wel degelijk bewust dat het boek 2 auteurs heeft.

Mocht iemand me vragen waar ik me politiek positioneer, dan denk ik dat (economisch) links met  groene tinten het beste antwoord zou zijn. En hoewel het klimaat me nauw aan het hart ligt, heb ik nooit de behoefte gevoeld om me in de literatuur rond het onderwerp te verdiepen. In het Belgische debat rond de kernenergie bevond ik me veeleer in het kamp om kernenergie te laten uitdoven, maar naarmate het debat vorderde en de geopolitieke verhoudingen evolueerden, begon er iets te knagen.

Zoals velen geloof ik in de noodzaak van de energietransitie. Dat daarvoor tijdelijk extra gascentrales, met extra CO2 uitstoot, voor nodig zijn om pieken op te vangen, kan rationeel worden onderbouwd. Dat ze omwille van het marktmechanisme bovendien dienden te worden gesubsidieerd kon perfect logisch worden verklaard.

Het verzet tegen de energietransitie door kernenergie te laten uitfaseren leek een achterhoede gevecht en kon me niet boeien, Groen had de strijd gewonnen en het lijk ging echt wel niet meer worden gereanimeerd.

De oorlog in Oekraïne legt echter diverse onderbelichte waarheden pijnlijk bloot:

  • Een stijging van onze energiefactuur zonder compenserende maatregelen zal er stevig inhakken. Een studie aan de KUL begin dit jaar toont aan dat de loonindexering en de reeks door de overheid genomen maatregelen redelijk goed bescherming bieden. Maar ondertussen blijven de prijzen wel verder doorstijgen. Energie gaat onherroepelijk en  structureel een steeds groter aandeel innemen in onze gezinsconsumptie. Hoewel loonindexering ons beschermt tegen koopkrachterosie door prijsstijgingen, zal het indexmechanisme tekort schieten als het energieaandeel een structureel grotere hap neemt uit onze totaalconsumptie. En hoe lager je loon, hoe bekaaider je er vanaf komt.
  • Onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is groot en zal groot blijven in de energietransitie. Groen maakt de bocht om kernenergie nog een extra 10 jaar te dogen, om een nog meer precaire afhankelijkheid te vermijden. Dit doet op zijn minst de vraag rijzen of de kernuitstap niet te vroeg komt. De impact van de verlenging is ten vroegste voelbaar voor het jaar 2026, en heeft 0 impact op onze situatie van vandaag. Dat een last minute wijziging van strategie ten voordele van kernenergie ons geld zal kosten behoeft geen betoog, maar we zijn er duidelijk niet gerust. Betekent dit dat er twijfel is of we het wel zullen klaren zonder kernenergie deze komende decennia? Of meer belangrijk, hebben we wel een echt plan?
  • Een glitch in het systeem, zoals de oorlog in Oekraïense, zal ons niet doen twijfelen om de ene fossiele brandstof te vervangen door een andere fossiele brandstof die mogelijks nog vervuilender kan zijn. Zo heeft Biden beloofd om Europa de komende jaren te voorzien van extra LNG gas, dat hoofdzakelijk wordt bekomen via de dubieuze techniek van schalieboringen. Bovendien gaan overal in Europa stemmen op om het slot van de zeer vervuilende kolencentrales te halen om de geopolitieke afhankelijkheden te verminderen. Duitsland, dat door zijn drastische energiewende de kerncentrales één na één sluit, is net overgegaan tot meer ipv minder verbranding van fossiele energiebrandstoffen.

Als we ons op de Belgische context focussen, dan kunnen we niet anders dan besluiten dat onze energietransitie politiek reeds geruime tijd niet meer in aanmerking voor een schoonheidsprijs. Maar hoe traag ook, de weg voorwaarts leek duidelijk. Maar is dat nog steeds zo? Prijsstijgingen destabiliseren ons economisch gestel, tot daar aan toe, maar erger nog ze maken duidelijk slachtoffers voor zij die het eind van de maand moeten halen. De oorlog manifesteert zich nu als een disruptief event en uit zich zeer acuut in de meeste lagen van de bevolking, maar nog het meest bij zij die helemaal onderaan bungelen.

En erger nog, we staan nog maar aan het begin van onze energietransitie. De ganse energietransitie zal bakken vol geld kosten en iemand zal die moeten financieren. Wie heeft deze tot op heden gefinancierd en wie zal de toekomstige kosten moeten dragen?

Indien u dit leest of beter nog het boek van Wim Van Lancker & Adeline Otto, dan behoort u wellicht al tot de begoede middenklasse en voelt u aan uw theewater ook wel wie de transitie heden betaalt. De transitiekosten worden vandaag oa gerecupereerd via de energiefactuur of via de algemene middelen. Heeft u zonnepanelen liggen? Grote kans dat u net als mezelf deze heeft gelegd tijdens de casinojaren waar de subsidies rijkelijk vloeiden en de terugverdientijd een pak onder de 10 jaar lag. En dat u 20 jaar aan een stuk de opbrengsten van de groene stroom certificaten opstrijkt. Niet enkel gezinnen, ook bedrijven hebben geprofiteerd van de oversubsidiëring. Het meest bekende voorbeeld is wellicht Katoen Natie dat 800.000 m2 aan zonnepanelen heeft liggen, dat via de GSCs meerdere miljoenen per jaar opstrijkt.

Het boek van Van Lancker & Otto tracht een antwoord te bieden op de vraag hoe het komt dat we als gemeenschap er niet in slagen om tot een succesvol beleid te komen dat de energietransitie met de juiste snelheid vooruit stuwt. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat we als mens de impact van ons gedrag op het klimaat aan den lijve kunnen voelen, en toch doen we er nauwelijks iets aan, of toch zeker niet snel genoeg. Hoe dat komt? Het antwoord lijkt sterk op wat de film ‘Don’t look up’ ons op een absurde wijze ook leert. We liggen er niet wakker van. We liggen er niet wakker van omdat er andere nijpende problemen zijn die we als individu als meer urgent beschouwen. Zoals stijgende energieprijzen bijvoorbeeld. Of dat we wel het einde van de maand halen.

Zo gaf de stijging van de accijnzen op benzine in Frankrijk rechtstreeks aanleiding tot de grimmige protesten van de gele hesjes, en deze staan in ons collectief geheugen gegrift. Logisch. Elke stijging op fossiele brandstoffen wordt onmiddellijk gevoeld door de lagere middenklasse, zonder dat ze noodzakelijk over de uitwijkmogelijkheden beschikt waar typisch de hogere middenklasse wel toegang toe heeft. Zoals bijvoorbeeld de bedrijfswagen, waar elke eigenaar zich geen barst aantrekt van de prijs aan de pomp.

Wat ook in ons geheugen gegrift staat zijn de talloze klimaatmarsen door jongeren, die radicaal pleiten voor actie en gedragsverandering. De jongeren komen uit de hogere sociaal economische klassen en staan lijnrecht tegenover de gele hesjes. Daar waar de hooggeschoolden eerder progressief georiënteerd zijn met oa een focus op milieu, staan de laaggeschoolden eerder conservatief in het leven met een focus op zekerheid en inkomen. Je kan hen dat niet verwijten, onderzoek toont immers aan dat de lonen van laaggeschoolden de welvaart niet volgen. En dat ze hierdoor relatief steeds minder verdienen tav hooggeschoolden. De milieubezorgdheden komen bovenop hun reeds dagelijkse struggle for life en kan niet op hen worden afgewenteld is de redenering.

Interessant is nu de analyse van Van Lancker & Otto rond wie bepaalt nu de politieke agenda en wat betekent dit? Volgens Van Lancker, weer op basis van onderzoek, wordt de politieke agenda bepaald door hooggeschoolden en mensen met een hoog inkomen. Laaggeschoolden halen slechts iets uit de brand als toevallig hun beider belangen gelijklopen.

Paradoxaal is nu de observatie dat als hooggeschoolden én ijveren voor klimaatmaatregelen en de politieke agenda bepalen, waarom gebeurt er dan niets?

Omdat politiek in de finaliteit een spel van winnaars en verliezer is. Ja, klimaatmaatregelen, maar het mag niet in het eigen vel snijden. Ja dus voor gesubsidieerde zonnepanelen & warmtepompen. Ja om oude diesels niet meer toe te staan in lage emissiezones. Neen om extra CO2 taksen te heffen op vluchten. Neen om bedrijfswagens aan banden te leggen. Dat laatste is trouwens een interessante case. Het standpunt van Groen boegbeeld Calvo rond de afschaffing van bedrijfswagens zou rechtstreeks gelinkt kunnen worden aan de povere verkiezingsresultaten van Groen, en betekende trouwens ook de (tijdelijke) exit van Calvo door Almaci. Hoe groen het imago van Groen ook mag wezen, men kreeg het niet uitgelegd hoe men de afschaffing ging compenseren voor het begoede kiezerspubliek van Groen.

De paradox is dat zij die het sterkst ijveren voor een klimaattransitie, er in feite er bitter weinig voor over hebben.

Een fiscaal klimaat rond klimaatbeheer dat vnl. de beter begoeden bevoordeelt, ook wel bekend als het Mattheus effect, ondermijnt het draagvlak bij een groot deel van onze bevolking. Elke maatregel treft de lagere middenklasse rechtstreeks in hun portemonnee. En dit ondanks onze kennis dat de laagste inkomensgroepen het minst bijdragen aan de klimaatveranderingen. En omgekeerd.

Niet overtuigd? Hogere inkomensgroepen leven toch vaker in beter geïsoleerde huizen, wekken meer hernieuwbare energie op en rijden vaker met een elektrische wagen. Klopt, maar hogere inkomens consumeren ook meer producten en diensten (zoals vliegen), waardoor ze netto uiteindelijk toch meer uitstoten.

Van Lancker pleit in zijn boek om het draagvlak tussen hoge en lage inkomens te herstellen, door te streven naar een gedeeld belang. Een beetje vergelijkbaar met onze situatie van de opbouw van de welvaartsstaat vlak na WO II.

Én uiteraard door maatschappelijke keuzes te maken met winnaars en verliezen. Klimaatmaatregelen dienen daarom steeds gepaard te gaan met het juiste sociaal beleid om de lagere inkomensgroepen meer te vrijwaren van de kosten van de energietransitie.

Hoe doen we dat in een politiek klimaat waar verdere herverdeling naar de laagste inkomensgroepen zijn (politieke) limieten heeft bereikt?

Bij de start van het lezen van hoofdstuk 3 waarbij Van lancker de kern va het probleem van de klimaatverandering bij de groei legt, geraak ik licht geïrriteerd. Ik heb geen zin om een rapport van Rome bis te lezen. Hoewel onze groei uiteraard wordt gevoed door de verbranding van fossiele brandstoffen. Gelukkig is het een teaser en komt Van Lancker ook wel tot het besluit dat we op de middellange termijn groei moeten ontkoppelen van uitstoot. Maar is dit mogelijk, wetende dat het onze doelstelling is om tegen 2050 0  (nul) CO2 uitstoot te bekomen? Moeten we dan toch niet een beetje ontgroeien? Corona leert ons dat tijdens de lockdowns de uitstootdaling slechts beperkt bleef tot -7%. Slechts -7% én dit ging dus gepaard met een wereldwijde economische recessie die enkel via enorme begrotingsdeficits de meest kwetsbaren heeft verhoedt van menselijke drama’s.

Als groei dan leidt tot extra uitstoot noodzakelijk voor onze welvaart, en ontgroeien alleen maar tot sociale afbraak zal leiden, waar ligt dan de sleutel tot het succes?

Van Lancker spreekt van een ecosociaal beleid, nl een klimaatbeleid dat de uitstoot moet verminderen, gecombineerd met een sociaal beleid dat betere toekomstperspectieven kan bieden aan de lagere inkomensgroepen.

Klimaattechnisch brengt Van Lancker een aantal interessante cijfers naar boven.  De helft van de bevolking met de laagste uitstoot staat nog steeds in voor 40% van de totale uitstoot. Het is dus belangrijk dat klimaatbeleid zich niet dogmatisch focust op de rijken die relatief meer uitstoten, maar op gans de bevolking. Daarbij staat verplaatsing in voor 30% van de uitstoot veroorzaakt door gezinnen. Wonen staat voor 22%, gevolgd door eten met 17%. Zoals Van Lancker het zelf suggereert, de oplossing ligt erin om meer gebruik te maken van ecologische vervoersopties, te investeren in energiezuinige woningen en veel minder vlees eten. Adaptatie dus.

Van Lancker waagt zich in het boek niet aan het debat rond kernenergie, meer algemeen blijft hij ver weg van de techniciteit van het debat rond energieopwekking. Dit is ook niet zijn betrachting. De transitie zal moeten worden ingezet, maar hij dient te worden geflankeerd door ondersteunend beleid dat ook inzet op een drastische vermindering van het gebruik van fossiele energie.

De gele hesjes kan je maar in dit verhaal meekrijgen door het einde van de maand, dat als een permanent zwaard van Damocles boven hen hangt, weg te halen. Nl. door een sociaal beleid te voeren dat hen weer doet aanklampen bij de rest van de bevolking. We moeten af van een subsidiebeleid rond duurzame energie dat enkel vloeit naar de hogere inkomens. Sociale uitgaven moeten terug terecht komen bij zij die het nodig hebben. En uiteraard dient kapitaal correct te worden belast. De vaststelling dat rijken alleen maar rijker worden is geen boutade, maar is cijfermatig ondersteund. Over een periode van 150 jaar in België is ons BBP jaarlijks gemiddeld met 2,3% gestegen, terwijl het rendement op kapitaal rond 6,38% ligt.

Nu zou je kunnen stellen dat Van Lancker zich hier bezondigt aan het schrijven van een communistisch pamflet. Herinner u mijn irritatie toen Van Lancker vraagtekens leek te zetten bij de groei? Van Lancker is echter geen geitenwollen sokkendrager die groentjes in zijn tuin kweekt en pleit voor ontgroeien (ik ken VL niet persoonlijk, dus misschien draagt hij wel die geitenwollen sokken). Verre van. Groei, hoewel het bijdraagt aan verhoogde uitstoten, is onontbeerlijk om onze welvaartsstaat verder uit te bouwen en aan herverdeling te doen. Maar de groeicijfers liggen beduidend lager dan in het verleden. Als de taart minder en minder snel groeit, valt er steeds minder af te romen dat op zijn beurt kan worden geherinvesteerd in de klimaattransitie & de welvaartsstaat. Dit is een probleem. Van Lancker is dan ook voor een correcte belasting op de inkomsten die voortvloeien uit vermogen.

Van Lancker eindigt zijn boek met een beleid gefocust op 3 pijlers:

  • Belast klimaatschadelijk gedrag, maar doe dit op een sociaal rechtvaardige manier. Wraakroepend is dat de CO2 taksen op vliegen, een heffing die bij uitstek de lagere inkomensgroepen niet schaadt, tot op heden er niet is gekomen.
  • Geef aan wie nodig heeft. Ons fiscaal beleid is sterk onderhevig aan het Mattheus effect, wees je daarvan bewust en herbekijk hoe je dit opnieuw kan rechttrekken. Voorzie sociale maatregelen om de energiefactuur betaalbaar te houden.
  • Investeer in initiatieven die zowel herverdelend als klimaatvriendelijk zijn. Denk aan goed geïsoleerde sociale woningen. Investeer in sociale en circulaire economie.

Van Lancker staat duidelijk niet aan de kant van de groeipessimisten. Groei is nodig om de klimaattransitie te financieren. Maar Van Lancker staat ook niet aan de kant van de techno optimisten. Regelmatig noemt hij het een wilde gok mochten we er als maatschappij niet in slagen om de juiste technologische doorbraken te forceren om onze groei CO2 vrij te maken. We gaan het daarom vooral zelf moeten doen. En met zelf bedoelt hij niet op individueel vlak, noch door een te hoog vertrouwen te stellen in de industriële innovatie, maar wel degelijk een door de overheid gevoerd beleid, dat ecosociaal onderbouwd is.

Wat is het eindoordeel? Ik vind dit een sterk boek als je probeert te begrijpen waarom het klimaatvraagstuk een breuklijn veroorzaakt tussen hoge en lage inkomensgroepen. En hoe je door het vinden van een gedeeld belang, deze breuklijn kan overstijgen.

Toch denk ik dat Van Lancker in zijn eigen beschreven val trapt als het op oplossingen aankomt. Hoe komt het als we het probleem onderkennen én we de oplossingen kennen, we er toch niets aan doen? Erger nog, hoe komt het als de politieke besluitvorming eerder een spiegel is van de hoogopgeleiden in onze maatschappij die positief staan tav een doortastend klimaatbeleid, er toch niets veranderd? Van Lancker lijkt te vergeten dat hij zelf het antwoord heeft gegeven: omdat we er niet van wakker liggen. En omdat politiek een spel van winnen en verliezen is.

Daarbij geeft Van Lancker aan dat het niet wakker liggen van de problematiek rond klimaatopwarming een typisch fenomeen is bij de lagere inkomens die andere katten te geselen hebben. Liggen de hoger opgeleiden er dan wel voldoende wakker van als hun woorden niet tot daden leiden? Tenzij ze er zelf beter van worden?

Van Lancker geeft zelf ergens in het boek aan dat de enige rede waarom lage inkomensgroepen nog kunnen genieten van gewijzigd beleid, dit is als de belangen gelijklopen.  Vandaar ook de zoektocht naar het gedeeld belang. Maar voelt de hogere middenklasse vandaag wel voldoende de pijn om actief te gaan zoeken naar dat gedeeld belang? Ze zitten vandaag politiek aan de knoppen, maar door het spel van winnen en verliezen verandert er niets. Waarom zou dit nu plots veranderen? Waarom zou men nu tot een hernieuwd welvaartspact willen komen? Naar mijn mening bezondigt Van Lancker zich hier aan wat hij onder een andere vorm de techno optimisten verwijt: als hoogopgeleide zullen we op een natuurlijke wijze tot inzicht komen dat het anders moet en het roer stevig omslaan. We voeren daarom naast een reeds ambitieus klimaatprogramma ook nog eens een volledige herziening van onze welvaartsstaat door, met en passant met een stevige taks shift dat vooral de rijken zal treffen.

Zal dit gebeuren? Ja, maar enkel als ook voor de hogere inkomensgroepen het water aan de lippen zal staan, en dan zal het wellicht te laat zijn.

Published by kaveh randjandiche

Married with children, just a normal job, when I get frustrated by the daily politics I write, that s all.

Leave a comment