Tegenstanders van Jahjah’s betoog rond woke zullen om diverse redenen ontgoocheld zijn bij lezing van het boek. Het duurt tot ver over de helft van het boek voordat Jahjah het onderwerp echt aansnijdt, je moet dus flink wat geduld hebben als je gebrand bent om hem intellectueel te tackelen.
Wat echter nog meer destabiliserend moet zijn voor zijn criticasters, is Jahjah’s deconstructie van de Europese geschiedenis en de plaats die hij toekent aan de Arabieren & nog later de Islam in de vorming van de Europese cultuur.
Haal Jahjah’s naam van de boekcover, en je zou zweren dat de eerste 100’en bladzijden van het boek door een überwoke geschreven werd. Een überwoke die als het ware vanuit een dekoloniseringsstandpunt de Europese geschiedenis herschrijft. Het is niet zozeer destabiliserend dat de impact van het Oosten op Europa wordt verteld. Maar wel dat het Jahjah is, die zich hieraan waagt en daardoor net het terrein betreedt van een aantal bewegingen die zich tot doel hebben gesteld om de Europese literatuur en de mainstream kijk op de geschiedenis te ontdoen van de veelal blanke stempel.
Het zijn veelal bewegingen die affiniteit hebben met het woke denken, die radicaal ijveren dat ruimte wordt gemaakt voor alternatieve vertellingen van onze geschiedenis.
De eerst 2 hoofdstukken behandelen hoezeer de Europese geschiedenis werd beïnvloed vanuit het Oosten en hoe de bakermat van de verlichting misschien, nee niet misschien maar zeker daar in het verre Oosten dient te worden gezocht. Het zijn de Arabieren die als eersten de werken van de oude Grieken hebben gelezen, ze hebben vertaald naar het Arabisch en nadien werden ze vanuit het Arabisch hervertaald gedurende de renaissance in Europa. Of nog, veel Griekse werken werden in Europa zelfs origineel in het Arabisch gelezen. Letterlijk stelt Jahjah dat de Griekse beschaving niet aan de wieg stond van de Europese beschaving, anders stellen is ‘ideologisch en mythisch’.
Het zijn de Arabieren die, terwijl Europa wegzonk in de donkere tijden van de middeleeuwen, de rijkdommen aan (oa Griekse) kennis hebben vergaard en verder doorontwikkeld. Zonder de Arabieren was er nooit een renaissance geweest en had uit haar humanisme nooit de Verlichting kunnen ontstaan.
Sterker nog, de geografische omschrijving Europa zou komen van de Feniciërs (ongeveer het huidige Libanon (!)) die spraken over Erebu, wat niets meer betekent dan ten westen van (Fenicië). Europa dus niet als centrum van de geschiedenis, maar als een relatief gegeven tav andere en meer ontwikkelde beschavingen.
Het is een genot om als leek eens een minder klassieke versie van onze geschiedschrijving te mogen lezen.
Het 3de hoofdstuk rond de Islam zoomt in op de interne spanningen binnen deze religie. Jahjah betoogt hierin dat de Islam een in se open en tolerante godsdienst is, maar dat van bij de geboorte van deze godsdienst het had af te rekenen met (initieel vaak) minderheidsstromingen die we vandaag jihadistisch en/of islamistisch zouden noemen.
Het is pas in de 20ste eeuw dat het islamisme (politieke islam) echt doorbreekt. Het is dan ook ironisch dat de eerste en echt islamistische staat een niet Arabisch land was. Met de val van de westers gezinde Sjah wordt Iran het eerste land in de wereld dat met een geestelijke leider islam en politiek in 1 persoon zal verenigen en daarmee islamisme in de praktijk brengt. Islamisme was uiteraard al eerder aanwezig in landen zoals Saoudi Arabië, waar politiek en islam zeer nauw verbonden zijn, maar niet zoals in Iran waar Ayatollah Khomeini als hoogste geestelijke het politieke beleid tot aan zijn dood in 1989 in de praktijk heeft gebracht.
Vanaf hoofdstuk 4 komen de 2 andere stromingen dan aan bod. Extreem rechts of rechts extremisme wordt door Jahjah nauwelijks gedefinieerd, en komt al bij al redelijk beperkt aan bod in het boek. In de kern beschouwt hij extreemrechts als de verzamel-ideologie waarbij haar leiders zich verzetten tegen de zittende ‘elite’. Via allerlei samenzweringstheorieën & alternatieve feiten maken ze het ‘volk’ wijs dat ze worden benadeeld ten voordele van de ‘ander’. De ander vertaal zich vaak als de migrant of de moslim zoals bijvoorbeeld in België. Maar het kan zoals in de Verenigde Staten ook een ongedefinieerde ‘deep state’ zijn. Extreemrechts zoals onder Trump is bovendien ook nog eens gericht op het afbreken van de liberale democratie.
Net om deze reden worden extreemrechts en islamisme door Jahjah vaak in dezelfde adem uitgesproken, omdat het 2 maal tot doel heeft om een autocratie tot stand te brengen die de ander haar wil kan opleggen zonder een verdere democratische legitimatie. In de realiteit bestaan er uiteraard veel schakeringen waaronder extreem rechts de rechtsstaat ondergraaft, Jahjah geeft voldoende voorbeelden, gaande van een Tom Van Grieken over een Orban, Poetin en Trump.
Hoe zit het dan met woke? Laat me eerst stellen dat Jahjah de wisselwerking tussen woke, islamisme & extreemrechts goed beschrijft. Soms bondgenoten van mekaar, maar even vaak regelrecht tegenover mekaar. Maar wat de 3 verbindt is hun strijd tegen de verlichting. Islamisme door de ganse rechtstaat te vervangen door een door een godsdienst geïnspireerd én opgelegd beleid. Extreem rechts hetzij zoals het islamisme door de continue aanvallen op de principes van de rechtsstaat, hetzij door een niet op wetenschappen ondersteund discours waar men niet verlegen zit om halve waarheden te vermengen met hele leugens.
Woke is daarbij de nuttige idioot dat door extreem rechts maar al te graag wordt opgevoerd als de gesel van het overdreven politiek correcte denken. Woke en islamisme vinden mekaar dan weer eerder in het minderhedendiscours. Met name dat islamisten kunnen meesurfen op het slachtofferdiscours van waaruit ze extra rechten kunnen putten. Hoewel islamisten geen affiniteit hebben met wokeïsten, brengt het tijdelijk bondgenootschap hen meer op dan dat ze zich ertegen zouden afzetten.
De grootste teleurstelling van het boek is niet de definitie (die u zelf kan terug vinden) die Jahjah geeft aan woke, of de wisselwerking die ze beschrijft met de 2 andere anti verlichtingsstromen. De grootste teleurstelling is dat Jahjah opnieuw geen voorbeelden geeft binnen een Belgische of Europese context die legitimeren dat de beweging of het gedachtengoed een voet aan de grond heeft. Vecht Jahjah tegen spoken, of is hij een ‘early warner’, iemand die de tekenen des tijds herkent en ons ervoor waarschuwt?
De voorbeelden die worden aangehaald zijn diegene die reeds tot in den treure op twitter worden aangehaald (zoals het voorbeeld van J K Rowlings), of wat persoonlijke verhalen waarvan de systemische relevantie voor de neutrale lezer toch wel beperkt blijft.
En dit is toch de achilles hiel van dit boek. Prachtig boek. Een onvoorwaardelijke verdediging van de waarden van de verlichting. Brengt haarscherp in beeld hoe diverse stromingen de verworvenheden van de Verlichting beetje bij beetje trachten te deconstrueren. Een pleidooi voor een radicaal centrum, als tegenkracht op de extremen op de beide zijdes van het politieke spectrum, dat ten allen tijde de liberale democratie dient te verdedigen.
Maar laten we eerlijk zijn, als je, om het even oneerbiedig uit te drukken, je business model draait rond het gegeven woke, dan kan je boek maar beter gaan over de tastbaarheid van dit woke gegeven. Jahjah heeft weinig intellectuele medestanders, en weinigen kunnen zich uiten over het onderwerp zonder een banvloek over zich heen te krijgen. Spijtig. Dit boek, dat er met zijn conclusie wat mij persoonlijk betreft er recht op zit, zal niemand die al niet overtuigd was bijkomend overtuigen. Indien Jahjah’s doel preken voor de eigen kerk was, dan is hij cum laude geslaagd. Maar dat kan toch niet zijn betrachting zijn?
Daarmee trapt Jahjah in zijn eigen val. Extreem rechts, dat zich bezondigt aan samenzweringstheorieën, het is niet zo sterk verschillend van zijn eigen pleidooi rond woke. Het al dan niet geloven in dit fenomeen hangt louter af van … je geloof in het fenomeen. Nauwelijks worden use cases aangebracht, en als ze er al zijn dan wordt vaak naar de Amerikaanse universiteiten verwezen. Of, zoals tijdens zijn boekvoorstelling tijdens de afspraak, door nogal samenzweerderig aan Bart Schols te vertellen dat hij wel weet over wat het gaat. Speak up!
Jahjah heeft zich tegen dit type van argumentatie in het verleden reeds verdedigd door te stellen dat hij over de wereld schrijft, en niet over ons enge Vlaanderen. Fair enough, maar je kan niet de polemiek eerst importeren om daarna doodleuk te stellen dat ze hier niet van toepassing is, of door er dan wat vaag over te zijn.
Lezen dat boek. Zelfs als je weinig waarde hecht aan het woke verhaal, het vat wel de uitdaging die we als liberale maatschappij voor ons hebben. Het biedt een kader hoe we ons dienen te positioneren tegenover de vijanden van de verlichting. En dit kan niet door langzaam onze verworvenheden een voor een te laten deconstrueren, maar door ons radicaal te positioneren binnen het centrum. Daardoor alleen al staat hij voor een relevant maatschappijproject. En daarvoor verdient hij alle lof.