1/ Inleidend: over kritisch burgerschap in een wereld met nieuwe breuklijnen
Eerlijk, ik heb wat getwijfeld om Loobuycks boek te kopen, ik vond de titel zo zeemzoet.
Maar ik heb Loobuyck positief leren kennen via zijn optredens in de media toen hij bij opstart van de vaccinatie campagne zijn visie rond CST avant la lettre uit de doeken deed. En het was best verfrissend op een moment dat iedereen dit als immoreel bestempelde.
Bij het stokken van de vaccinatiegraad kwam hij nadien echter af met het voorstel om mensen verplicht te laten opdraven naar het vaccinatiecentra, waarna ze alsnog konden weigeren. Ze zouden dan als het ware een lezing krijgen in al het goede dat het vaccin met zich meebracht, waarna ze alsnog konden beschikken. Geïnformeerd en bewust van hun keuze. Ik vond dat een nogal naïef, zweverig maar bovenal paternalistisch voorstel. Eerder een gedachte experiment dat onvoldoende was uitgewerkt.
Nu ik zijn boek heb uitgelezen begrijp ik ook niet goed waarom hij dit standpunt überhaupt heeft ingenomen, het conflicteert enigszins met een aantal stellingen in zijn hoofdstuk rond goed burgerschap. Vooreerst gelooft Loobuyck niet te sterk in de moralisering van de maatschappij. Burgerzin is belangrijk, maar is geen oplossing voor fundamenteel beleid. Dit om 2 redenen: beslissingen die ten goede komen aan het grotere geheel laat je niet over aan individuen, die niet noodzakelijk redeneren vanuit dit hogere belang. Bovendien is er een ongewenste zijeffect dat gepaard gaat met burgerzin: als goede burger riskeer je op een intolerante wijze te ageren op zij die niet de juiste morele handelingen ondernemen om aan diezelfde burgerzin te voldoen.
Het werkt daarentegen bevrijdend voor alle partijen om duidelijke regels voorop te stellen indien ze het algemeen belang dienen.
Ik geloof dat Loobuyck ondertussen wel van mening is veranderd. Nav de uithaal van Macron dan non vaxers dan maar tot op het einde worden gepest, reageert Loobuyck in een tweet dat als het zo belangrijk is, de overheid het dan maar moet verplichten.
Maar, ik ben zeer blij dat ik het heb uitgelezen. Al ergens in de inleiding maakt Loobuyck de volgende interessante bedenking, nl. dat hij bij de start van de crisis niet onmiddellijk een rol voor zich zag weggelegd, het was immers een wat de Fransen zo mooi een sanitaire crisis noemen. Het debat had medici nodig, geen filosofen. Harde expertise, geen grote levensvragen die een antwoord zochten.
Ik ben waarschijnlijk niet de enige die dat initiële gevoel met Loobuyck deelt. Wellicht heeft corona velen onder ons ondertussen sterk beïnvloed qua wereldbeeld. Corona ging al snel niet meer over het virus Corona.
Wij Europeanen keken altijd een beetje smalend naar de VS. Maar plots bleek ook onze gemeenschap sterk beïnvloedbaar door allerlei van de pot gerukte complottheorieën. Of je buren blijken ineens rabiate vrijheidsstrijders te zijn die plots al hun grondrechten konden opsommen. Losgeslagen militairen die Van Ranst met de dood bedreigden, blijken een hele schare fans te hebben, niet gegeneerd dat ze met naam en toenaam in de media verschijnen. En virologen en experten (waaronder Loobuyck) zouden zich moeten voorbereiden op het nog in te richten Neurenberg proces voor hun misdaden tegen de mensheid. Was dit nog België? Is iedereen gek geworden?
Plots leek zich een breuklijn af te tekenen die akelig sterk geleek op de tweedeling die men ook zag in het Amerika dat Trump had achtergelaten. De zgn. ‘overlappende consensus’, de door de gemeenschap gedeelde uitgangspunten om samen te kunnen leven, bleek helemaal zoek. De klassieke breuklijnen, hetzij religieus, klasse of natie bleken plots niet meer voldoende om de nieuwe kampen te benoemen.
Sommigen gingen zo hard op in hun overtuiging voor het ene of gene kamp, dat het leek of een nieuwe identiteit geboren was. Je profielfoto op sociale media met mondmasker werd een statement dat jij wel bewust om anderen gaf. Geblokkeerd zijn door Marc Van Ranst was voor anderen dan weer een kwaliteitslabel dat ze fier vermeldden in hun twitter bio.
Corona is ondertussen uitgegroeid tot veel meer dan een pandemie. Lijkt het zelfs al niet een heel klein beetje op het script van een klassieke zombiefilm? De gruwel en horror komen vaak niet voort uit de levende doden die zich tegoed doen aan je ingewanden, veel erger is het gesteld met zij die nog niet geïnfecteerd zijn en in een wereld dienen te leven waar de spelregels grondig zijn veranderd. Wie neemt de leiding, wie is aan zet? Zijn het de politici of zijn zij slechts de handpoppen van de echte machthebbers: de virologen, epidemiologen en nog wat andere -logen? Welke positie neem je als burger in, behoor je tot de ‘schapen’ & ga je gedwee mee in de hele reeks van maatregelen die je vroegere vrijheden sterk beknotten? Of ontwaak je als een ‘revolutionair’ dat zich afzet tegen de ‘dictatuur’ van de nieuwe biopolitiek? Een antwoord dat vaak terugkomt in het betoog van Loobuyck is het combinatiedenken. Er is niets mis met wat kritische ingesteldheid, meer nog het is onze burgerplicht, maar heb ook vertrouwen in de wetenschap, het beleid & onze gemeenschap. Wees alert, maar niet tegendraads.
Zoals gesteld, ik heb wat getwijfeld om het boek aan te kopen en bij lezing vond ik het soms wat te belerend, maar wordt dat even ruimschoots gecompenseerd. Het leest ongelooflijk vlot en verveelt geen moment. Loobuyck hangt het coronaverhaal op aan diverse morele, sociologische & politieke inzichten, waardoor je een goede inkijk krijgt in de dynamiek die zich de afgelopen 2 jaren heeft voldaan.
En die dynamiek is sterk veranderd. Loobuyck stelt: geef me 4 tweets van iemand en ik kan precies 10 ideeën opsommen waar hij achter staat. Maar sinds corona is de scheiding niet meer zo eenduidig. Waarom strijden neofascisten hand in hand met de hippie gemeenschap tegen het CST? Wat brengt bepaalde intelligentsia zover dat ze zich zo sterk verzetten tegen het beleid. Foucault komt aan bod om dit te kaderen, maar Loobuyck focust zich niet enkel op de kritische tegenstem. Loobuyck ontwijkt geen taboes en stelt openlijk de vraag of de experten die het beleid mee hebben vorm gegeven, dit steeds hebben gedaan met respect voor hun rol. Voorzichtige kritiek, maar met respect voor de omstandigheden. Maar toch kritiek op collega’s, niet altijd eenvoudig in de academische wereld.
Ik ga geen recensie maken van dit boek, er zijn er die dit beter dan mezelf kunnen. Ik ga in de enkele pagina’s hieronder door het boek fietsen, maar doe dit aan de hand van een recent nieuwsfeit, nl. het arrest van de RvS dat de maatregelen tav de cultuursector ongedaan maakte. Ik wil daarbij meegeven hoe dit boek mijn denken mee heeft doen evolueren tav de rol die het parlement dient te spelen in tijden waar men zo sterk ingrijpt in het dagdagelijkse leven van de mensen.
2/ Over proportionaliteit & het schadebeginsel.
Vlak voor nieuwjaar heeft de Raad van State een kleine bom doen ontploffen door te doen wat ze al 2 jaar niet doet, namelijk de regering terugfluiten op een via het overlegcomité genomen beslissing. De beperkende maatregelen tav de cultuursector werden als disproportioneel bestempeld en dienden onmiddellijk te worden teruggedraaid.
De term proportionaliteit komt vaak voor in het boek van Loobuyck, letterlijk maar ook onrechtstreeks via het door Mill geformuleerde voorzichtigheidsprincipe dat bekend staat als het schadebeginsel. Vrijheid van de één kan maar beperkt worden als die vrijheid anders aanleiding zou geven om anderen te schaden. Schade is niet altijd een voldoende voorwaarde om iemands vrijheden in te perken, maar is wel een nodig voorwaarde. Maar de mate in dewelke we schade wensen te beperken is ten allen tijde een politieke keuze. De eerste lockdowns werden gerechtvaardigd vanuit dit schadebeginsel. De inperkingen van onze vrijheden konden alleen maar worden verantwoord in het licht van een gezondheidszorg die er anders volledig onderdoor dreigde te gaan. Hoezeer disproportioneel de maatregelen ook konden aanvoelen, de schade die het tijdelijk niet beteugelen van onze vrijheid kon veroorzaken werd als te hoog ingeschat.
Het schadebeginsel werkt echter in de 2 richtingen.
De sluiting van de cultuursector werd volgens dit zelfde principe herroepen. De RvS twijfelde eraan of een sector die zo sterk had geïnvesteerd in een coronaveilige setting, nog een risico kon vormen voor de volksgezondheid. De potentiële schade kon volgens de RvS niet worden aangetoond, de maatregel werd als disproportioneel beschouwd.
Mijn eerste reactie was: Elchardus zal smullen van deze uitspraak, een typisch staaltje van activisme bij rechters. Hoe kan een raad van ‘wijzen’ het nu beter weten dan onze uitvoerende macht? Die tenslotte haar beslissing heeft genomen op basis van een door de GEMS voorgelegde lijst van wetenschappelijk doorwrochte aanbevelingen, niet?
Voor de goede orde, net zoals velen vond ook ik dat de cultuursector irrationeel hard werd getroffen door de nieuwe maatregelen. Maar tegelijkertijd vroeg ik me af over welke andere informatie de rechterlijke macht bezat. Hoe kon de rechterlijke macht tot een ander oordeel komen dan de uitvoerende macht, en dit op basis van niet noodzakelijk meer informatie? Vooral door te wijzen naar het begrip van proportionaliteit kon ik me niet ontdoen van het gevoel dat subjectiviteit hier wel degelijk een rol kon spelen. Proportioneel is toch een subjectief gegeven? Een andere samenstelling van de RvS had kunnen leiden tot een andere uitspraak?
De leden van de RvS worden politiek benoemd, zij die daar nu zetelen zijn het resultaat van een politiek carrousel van de afgelopen decennia. Zij zetelen daar ten dele door het lot, omdat ze voorgedragen werden door de toenmalige politieke meerderheden. Eenmaal benoemd drukken zij decennia lang een stempel op de rechtsspraak. Let op, dit is geen waardeoordeel, slechts een observatie. Maar je kan niet om de observatie heen dat een uitspraak van de RvS steeds moet bekeken worden in het licht van haar huidige samenstelling.
Even terug naar het boek.
3/ Virocratie of rechtstaat?
Loobuyck legt in zijn boek de vinger op de wonde van de politieke malaise van vandaag. Voor sommigen onder ons kan de overheid niet hard genoeg optreden om het virus aan te pakken en om dit efficiënt aan te pakken kan ze maar best over ruime bevoegdheden beschikken. Anderen vinden dat we niet zo hard van stapel moeten lopen. Of erkennen wel de ernst, maar wensen niet dat de overheid te sterk ingrijpt in onze vrijheden zonder garanties dat ze beperkt zijn in de tijd.
Ik heb enige weken geleden deelgenomen aan een paneldebat met Alexander De Croo en Isolde Van Den Eynde gaf na het panel-interview aan dat één uitspraak van De Croo bij publicatie wel voor wat vuurwerk zou zorgen. Mij was het niet opgevallen, en ik was het nadien ook vergeten, maar bij publicatie werd het oa opnieuw opgepikt door Palnws. Nl. dat het CST mogelijks nog tot 2 jaar zou blijven bestaan. De Vivaldi regering was op weg om één voor één al onze vrijheden te ontnemen, was de stelling ter rechterzijde. De hevigheid waarmee sommigen op deze uitspraak reageren is deels terecht, omdat men een vrees bewaarheid ziet worden, het ‘slippery slope’ principe live in werking. Ook Loobuyck erkent dit risico en geeft voorbeelden van crisismaatregelen die nadien nooit meer werden afgebouwd of in een licht gewijzigde vorm om andere doeleinden worden gebruikt.
Daarom pleit Loobuyck ook om meer bewust het spel der democratie te spelen. Crisisbeheer vraagt om uitzonderlijke interventies die snel schakelen mogelijk maken, maar je kan niet continue in die modus blijven opereren.
Het had wellicht geen noemenswaardige impact gehad, maar een open & parlementair debat had op zijn minst de schijn van een autocratisch bestuur kunnen vermijden. NV-A heeft zeker in het begin van de crisis continue op dezelfde nagel geklopt, de federale regering had geen mandaat om louter via MB’s continue aan crisisbeheer te doen.
De federale regering werd daar trouwens voor op de vingers getikt door een rechter in kortgeding en heeft finaal dan toch werk gemaakt van wat later de pandemiewet zou heten, een wet dat de overheid het wettelijke kader biedt om in bepaalde omstandigheden zeer drastisch in onze vrijheden in te grijpen.
Ik geef toe, ik heb het belang van die wet lang tijdverlies gevonden, want wet of geen wet, de maatregelen waren er hoedanook gekomen.
Sinds het laatste arrest van de RvS denk ik daar drastisch anders over.
De afgelopen 2 jaar hebben we van zeer dicht bij de wisselwerking tussen wetenschap en politiek kunnen waarnemen. Ten tijde van Wilmes kon men de indruk hebben dat het beleid was overgenomen door onze virologen en tot op zekere hoogte kon je je ook wel wat vragen stellen bij de positionering van bepaalde experten in het publieke debat. Loobuykc stelt over Marc Van Ranst of zijn initiële standpunten rond het afraden van het dragen van een mondmasker wel kies was. Het acute gebrek aan maskers leek zijn beoordeling sterk te kleuren. Los van het feit of dit standpunt in een crisissituatie opportuun is voor een wetenschapper, je kan niet om het feit heen dat de wetenschapper een standpunt formuleerde dat eerder beleidsmatig dan wetenschappelijk gestuurd was. Het is dan ook van belang dat de politiek, die ultiem verantwoordelijk is voor het democratische beleid, ook duidelijk de kapitein is dat het schip de gewenste richting instuurt.
Indien het volk zich niet kan vinden in het bestuur, dan bestaan er voldoende middelen om dit bij te sturen of bij een volgende verkiezing desnoods af te straffen. De viroloog daarentegen kan nooit naar huis worden gestuurd. Met de allerbeste bedoelingen kan Van Ranst deze uitspraak hebben gedaan, ze was echter niet wetenschappelijk onderbouwd en het is nu eenmaal niet zijn rol om tactisch op te treden.
Met het aantreden van de regering De Croo kwam er een kentering. Met de nieuwe minister van Volksgezondheid Frank VDB werd duidelijk dat hij het dossier naar zich toetrok en hij spaarde tijd noch moeite om het beleid ten treure te komen uitleggen in alle journaals. De expert adviseerde, de regering besliste. Het evenwicht leek weer hersteld.
Let op, tot op de dag van vandaag zijn er mensen die vinden dat wat de wetenschapper als advies formuleert, door de politiek dient te worden uitgevoerd. Loobuyck geeft 3 redenen waarom dit niet zomaar kan, maar de belangrijkste is de zgn. ‘isought gap’. Uit wat we weten volgt niet noodzakelijkerwijze wat we moeten doen. De viroloog kan via modellen een scenario van het ziekteverloop schetsen met de te verwachten dodentallen. En hoe een lockdown de curve kan afvlakken. Maar de politiek zal moeten afwegen in hoeverre ze de nevenschade (zoals economie, psychisch welzijn, etc.) die voortvloeit uit een lockdown wil accepteren.
Met de komst van De Croo kwam de schijn van virocratie ten einde, maar ontstond een nieuw probleem, nl. de legitimeit van de vele vrijheidsbeperkende maatregelen. Stonden de maatregelen wel in verhouding tot het beoogde doel, maw werd ten allen tijde het proportionaliteitsprincipe geëerbiedigd?
En daar knelde lang het schoentje, want denken in termen van proportionaliteit is geen exacte wetenschap. Je wil dat oordeel dus ook niet zomaar naar een rechter delegeren. Of maatregelen al dan niet proportioneel zijn, dient onderwerp te zijn van een publiek debat en laat nu net dat zijn waar het parlement aan verzaakt heeft. De pandemiewet is er pas gekomen nadat de liga voor de mensenrechten via kortgeding de zaak aanhangig heeft gemaakt en de overheid via een (bescheiden) dwangsom werd verplicht om haar wetgevend werk op orde te brengen.
Hoewel de uitslag van de stemming van de wet bij voorbaat vast lag omwille van de ijzeren particratische discipline, is het voor Loobuyck van belang dat politieke besluitvorming steeds door het parlementaire debat-proces gaat en de alternatieve stemmen aan bod laat komen.
Het valt sterk te betwijfelen of de beslissing om de cultuursector te sluiten het parlementaire debat had kunnen overleven. De regering had immers daar de wetenschappelijke evidentie op tafel moeten leggen. Waarom het bijvoorbeeld minder gevaarlijk was om in groep Glühwein te drinken op café dan in goed verluchte theaterzalen op vaste plaatsen (immobiel en met mondmasker) van een voorstelling te genieten.
De setting waarin het overlegcomité een beslissing diende te nemen was die waarvan de effecten van de Omicron variant nog niet ten volle gekend was. Nederland was al in volledige lockdown en het VK kampte met enorme cijfers, maar onze eigen cijfers gingen daarentegen de goede kant op. Experten waarschuwden echter dat de 5de golf reeds begonnen was en wellicht ging pieken in februari. We zijn op dat moment nog maar 22 december en de kerstvakantie staat voor de deur. Op twitter zie je wat Loobuyck de aanhangers van het Talebiaanse voorzichtheidsprincipe zou noemen, zij die uit een vorm van hypervoorzichtigheid eerder gaan voor een streng en hard optreden, continue tweeten rond #maatregelennu en het kan niet streng genoeg zijn. Het better safe than sorry principe. Maar op basis van dit principe kan je veel beginnen verbieden.
Was het vermoeidheid? Wilde men FVDB een overwinning gunnen dat hem het laatste comité was ontnomen? Was het de vakantie die lonkte? Hoe het ook zij, de aanhangers van deze Talebiaanse voorzichtheidsprincipes hebben duidelijk het laatste woord gehad op dat laatste overlegcomité, de cultuursector werd geslachtofferd om toch maar een begin van een maatregel te nemen tegen de toen nog onzichtbare 5de golf.
De tragiek van deze beslissing werd met de dag groter, nadat meer en meer politici zich openlijk distantieerden van de beslissingen van het overlegcomité. Maar de echte tragiek is dat het arrest van de RvS als het ware als een verlossing kwam en vermeed dat de regering het conflict moest aangaan met het parlement, met een risico op een motie van wantrouwen.
De RvS heeft gedaan wat het moest doen, subjectief oordelen omdat de politiek onvoldoende haar besluiten heeft beargumenteerd om vrijheidsbeperkende maatregelen op te leggen aan specifieke doelgroepen.
4/ slot, of hoe we niet bijleren
Het is vandaag 6 januari, het laatste overlegcomité heeft de nieuwe maatregelen aangekondigd, en zoals te verwachten is niemand tevreden. De Talebianen onder ons vinden het allemaal niet ver genoeg gaan. Joel De Ceulaer bestaat erin venijnig richting jongeren te tweeten dat het ze geen bal kan schelen en wenst hen veel genot bij het spektakel. Ook Rik Van de Walle, rector UGent kan zijn teleurstelling niet verbergen en lijkt zich haast te verontschuldigen om zijn mening.
En daar tegenover heb je een hele reeks aan misnoegden die om allerlei redenen vindt dat het allemaal wel welletjes is geweest. En deze groep wordt groter en groter. Want het zijn niet meer enkel anti vaxers die de tegenbeweging vormen, een steeds groter wordende groep mensen weet niet zo goed meer waarom we dit blijven doen. Met het laatste arrest van de RvS lijkt ook het hek van de dam, het lijkt of men maar maatregelen neemt zonder goed te weten of het allemaal wel zinvol is.
In zijn slot geeft Loobuyck nog eens mee waarom hij gelooft dat België het juiste beleid heeft uitgestippeld. Het was steeds gebaseerd op het morele principe dat onze ziekenhuizen niet mochten bezwijken. Het is uit een vorm van verlicht eigenbelang dat we allen solidair zijn, want bij een ineenstorting zullen ook niet covid gerelateerde slachtoffers te betreuren vallen. Het is voor elkaar, maar ook met elkaar.
Het is van belang dat de overheid zeer klaar kan uitleggen hoe de maatregelen daartoe bijdragen. Transparantie is daarbij van belang, maar nog belangrijker de bevolking moet kunnen zien dat het parlement zijn controlerende rol kan uitoefenen en het beleid kan bekrachtigen. En het vermijdt gezichtsverlies als een rechtbank de staat nadien in gebreke moet stellen.
Je kan nadien nog voor of tegen zijn, maar laat dit dan zo zijn op basis van inhoudelijke argumenten, en nooit op basis van wantrouwen in hoe de besluitvorming tot stand is gekomen.