Is Reset een reactionair boek zoals Dijab Abou Jahjah doet uitschijnen? Is het een recept dat door de Taliban reeds in een vergevorderd stadium werd uitgerold zoals Tobback doet uitschijnen? Beeldt Elchardus zich een gemeenschap in, zoals geformuleerd door oa Pascal Debruyne, één die vanuit een herinterpretatie van de geschiedenis de natie staat auto-legitimeert? Is het boek geschreven om Bart De Wever in zijn vlaams-nationalistische retoriek te ondersteunen? Immers, buiten wat nationalisten heeft niemand zich tot op heden positief uitgelaten, niet?
Vergeet ook niet dat Reset werd uitgegeven door de pas opgerichte uitgeverij Ertsberg , geleid door Karl Drabbe, met linken naar Doorbraak, niet bepaald een links progressieve gazet. Regelmatig zelfs op het ranzige af, wie wil daarmee geassocieerd worden?
Buiten zijn naam en faam, zijn er weinig redenen om als progressieve lezer zich te willen investeren in een turf waarvan je vermoedt dat het eindresultaat je niet gaat bekoren.
Eerst en vooral, het boek leest als een lange aanklacht tegen het neo-liberalisme en niet noodzakelijk tegen de verlichting, een naar mijn mening verkeerdelijk besluit van D Abou Jahjah.
Het interessante aan het verhaal is dat in de formulering van de aanklacht, hij deze ideologie koppelt aan de evolutie van wat wij heden bestempelen als een van onze grootste uitdagingen, nl. de migratiecrisis. En vergis u niet, het boek draait om de migratiecrisis en hoe we als samenleving hierop een antwoord kunnen formuleren. Zonder oplossing ziet Elchardus het heel somber in voor ons als gemeenschap, en hij doelt wel degelijk op onze West-Europese gemeenschap, niet noodzakelijk de wereld in haar geheel. En hoe deels goedbedoelde initiatieven de problematiek over de decennia alleen maar hebben verergerd.
In Elchardus kernbetoog zjjn er 2 schuldigen. Het neo-liberalisme dat in haar onuitputtelijke honger naar goedkope arbeidskrachten de migratie heeft aangezwengeld. De ideologen van deze theorie hebben daarbij eerder onbewust een duivels huwelijk gesloten met wat je progressief links zou kunnen noemen, dat vanuit een ethisch perspectief haar grenzen ongecontroleerd heeft geopend en een laks grenzen- en terugkeerbeleid voerde.
Economie en ethiek hebben 10-tallen jaren hand in hand een wereldorde geschapen die grote oncontroleerbare migratiestromen hebben teweeggebracht. Het ethische kompas dat werd gehanteerd zijn internationale verdragen zoals bijv. de Universele Mensenrechten en het Vluchtelingenverdrag. Het economisch kader was die van het neo-liberalisme.
Tot zover wellicht het niet controversiële deel van het boek, al leest het soms wel als een samenzwering, maar dit terzijde.
Integratie was voor beide ideologieën een taboe, samenlevingsproblemen werden als onbestaand beschouwd en mochten vanuit een politieke correctheidscultuur niet benoemd en dus ook niet aangepakt worden. De gemeenschap, het volk, dat met deze spanningen werd geconfronteerd is er in de hele naoorlogse Europese geschiedenis niet in geslaagd om via haar soevereine stem te wegen op het debat. Een deel van dit ongenoegen is vertaald geweest in een stem voor extreem rechts, dat, tenzij enkele uitzonderingen, in Europa nauwelijks tot nooit heeft deelgenomen aan de uitvoerende macht.
Toch is dat voor Elchardus niet de enige rede waarom het beleid laks is gebleven.
En hier komen we op een aantal meer controversiële uitgangspunten van het boek.
Voor Elchardus hebben we al die jaren laten begaan ondanks een volkswil die hiertegen gekant was. De rede waarom de volkswil zich niet democratisch vertaalde in een wetgever die bijstuurde, is in de eerste plaats te wijten aan wat Elchardus juristocratie noemt: een rechtspraak dat gebaseerd is op een (activistische) interpretatie van nationale en supra nationale wetgeving met de mensenrechten op kop, waarbij enerzijds migratie wordt bevorderd en anderzijds terugkeerbeleid wordt ontmoedigd.
Migratie wordt bevorderd door een niet door de souverein goedgekeurd beleid dat push back beleid onmogelijk maakt. Anderzijds worden schendingen mensenrechten zo breed geïnterpreteerd dat onrechtmatig veel dossiers toch goedgekeurd geraken. De juristocratie is een combinatie van jurisprudentie en activisme bij rechters die wetgeving buiten de politieke wil om doet evolueren in een richting die in dit geval tegengesteld is aan wat de volkswil is.
Naast de observatie van juristocratie, als een fenomeen dat de politieke besluitvorming ondergraaft, gaat Elchardus bovendien voluit in de aanval tegen het universaliteitsprincipe van de mensenrechten. Door een op een Westerse leest geschoeid normenkader toe te passen op de context van de migrant, ontstaat een spanningsveld waarbij je zijn thuissituatie evalueert via een Westerse bril. Het principe van cultuur relativisme komt hier heel sterk naar boven. Het betoog van Elchardus is dat we met dit handvest en haar evolutie via juristocratie een veel te breed kader hanteren om migranten te evalueren op hun ontvankelijkheid. De combinatie van grenzen vol gaten, te ruim migratierecht en falend terugkeerbeleid zorgen voor de explosieve cocktail dat het migratiethema heden is.
Elchardus pleit voor lokale beschavingsrechten die de mensenrechten moeten vervangen. Een Mensenrechten light versie zou nog mogen bestaan, dat als kader kan worden gehanteerd om politieke vluchtelingen te erkennen. Maar beschavingsrechten zouden sturend zijn voor de interne werking van naties die zich wensen te groeperen rond zulk een beschaving, en het migratiebeleid vorm geven.
Daarmee komen we op het begrip natie, in feite is dat waar de focus op ligt in de eerste delen van het boek. Het betoog van Elchardus draait helemaal rond de gegroeide ontkoppeling tussen enerzijds de volkssoevereiniteit en anderzijds hoe politieke besluitvorming, wetgeving en rechtsspraak tot stand komt. Juristocratie is daarbij problematisch, zowel op nationaal maar nog meer op het supranationaal vlak, in casu de EU.
Maar, en dit is wellicht het meest controversiële deel van het boek, problematisch is voor Elchardus ons onvermogen om ons als een gemeenschap te organiseren, waarbij haar stem ook aanleiding geeft tot effectieve politieke besluitvorming. De gemeenschap dient een homogeen geheel te zijn, dat een natie vormt en idealiter samenvalt met de staatsgrenzen. De ongebreidelde immigratie heeft echter deze gemeenschap via non integratie zeer zwaar onder druk geplaatst, waarbij een te hoge mate aan heterogeniteit het de gemeenschap onmogelijk maakt om nog tot een gezamenlijk project te komen.
De term omvolking loert hier sterk om de hoek. Maar ook de spanningen tussen Vlamingen en Walen, hoewel hij het nergens echt zo verwoordt, kan best opgelost worden door netjes te scheiden in 2 homogene deelgehelen. Liever volksverhuizingen dan oorlog, het staat er letterlijk.
Om het gemeenschapsgevoel te bevorderen is er dringend nood om zich opnieuw te identificeren met een collectief. Voor Elchardus kan dat alleen maar de natie zijn. Niet alleen migratie heeft het gemeenschapsgevoel doen afbrokkelen, wij zijn bovendien allemaal kinderen van de Verlichting. Dat laatste heeft ons te sterk doen terugplooien op onszelf, waardoor we eerder aandacht zijn beginnen besteden aan onze individuele vrijheden ipv de meerwaarde van het collectief, die de gemeenschap dient te bevorderen. Een herwonnen patriotisme en fierheid in ons gedeeld verleden ipv ziekelijke focus op onze eigen individuele kenmerken zou het gemeenschapsgevoel nieuw leven kunnen inblazen.
Samenvattend: we zijn in de loop van de laatste decennia, mede onder impuls van het neo liberale denken, maar ook door een overdreven moreel kompas bij de elites, afgegleden naar een switch in politiek regime. De volkssoevereiniteit heeft het hierbij moeten afleggen tegen een besluitvorming die niet democratisch werd ondersteund. We zijn onze gemeenschappelijke identiteit verloren, mede door een individualisering van de maatschappij, maar ook door de continue instroom van migranten met gans andere waardenkaders. Het volk moet zijn soevereiniteit herwinnen, maar dit kan maar als we het gemeenschapsdenken terug kunnen laten primeren. Dat laatste kan maar als we als collectiviteit een voldoend homogene gemeenschap vormen. We moeten daarbij evolueren naar naties die samen deel wensen uit te maken van een beschaving met eigen beschavingsregels, en waarbij migratie zeer sterk kan worden geregulariseerd.
Wat nu te besluiten?
Het is verwonderlijk dat Elchardus ooit de huisideoloog van de socialisten was. Dit boek kan zo zonder enige bijsturing rechtstreeks door de NV-A worden overgenomen. Er zijn raakvlakken op het niveau van nationalisme, kijk op migratie, de afkeer tav zgn. activistische rechters die zich via jusristocratie schuldig maken aan ‘progressief’ politiek beleid, cultuurrelativisme en ook tav de internationale verdragen heeft De Wever in het verleden al zijn wens geuit om de conventie van Geneve te herbekijken. De Wever draait er zelfs zijn hand niet voor om, om de Belgische Grondwet opzij te schuiven, hij zal nog minder problemen hebben om met beschavingsmedestanders een ganse reeks aan internationale verdragen terug naar de tekentafel te sturen.
Is er aan de rechterzijde dan enkel een toekomst indien het gecombineerd wordt met een nationalistische kijk op de gemeenschap? Elchardus spreekt over soevereiniteit dat enkel mogelijk is als er sprake is van natievorming, waarbij hij te sterk focust op het uit mekaar gaan en elk gezellig achter zijn grenzen, ipv een project waar bevolkingsgroepen zich ondanks hun verschillen, toch mekaar vinden. Hij focust te sterk op homogeniseren, terwijl bijv. een doorgedreven secularisering van de maatschappij met respect van ieders geloofsovertuiging ook een samenlevingsvorm kan zijn. Secularisering als sleutel om een breed palet aan diverse waardenkaders te garanderen.
Progressief links haalt niets uit dit boek, er wordt geen enkel onderwerp aangekaart dat deel uitmaakt van het gedachtenpatrimonium van links. Met uitzondering dan van het gemeenschapsdenken, wat een beetje cynisch is. Elchardus beschuldigt links immers onomwonden van oogkleppen op te hebben met een overmatige focus op de rechten van het individu. Termen zoals woke vallen regelmatig. Links is niet bekommerd om de gemeenschap in haar geheel, maar zoekt elke dag nieuwe identiteiten die moeten beschermd worden tegen de rest. Problemen die het gevolg zijn van fricties tussen diverse identiteiten worden afgewimpeld als onverdraagzaamheid.
Hoewel ik het in grote lijnen niet oneens ben met Elchardus rond de crisis bij links, stoort het me dat hij in zijn boek een toolbox ontwerpt voor een conservatief en nationalistisch rechts, maar met geen woord rept hoe links zich opnieuw kan uitvinden. Dat kan ook niet volgens zijn kader, omdat in zijn ogen de natie het enige grote identiteitsstreven kan zijn dat kans op slagen heeft. En links bijt haar tanden stuk op het zgn. particulier identitarisme, wat tot haar core business is verworden.
En dat is wat mij betreft het gat in Elchardus betoog. Natiestreven is niet het enige dat een gemeenschap kan vormen. Een gemeenschap kan gebroken zijn omdat velen het niet meer goed hebben, dat zij zich slachtoffer voelen van een orde waar ze geen impact op lijken te hebben.
Het enige dat links uit dit boek moet halen is dat het het gemeenschapsdenken niet aan rechts overlaat. Voor mij, en dit is het enige persoonlijk dat ik toevoeg aan deze analyse, kan dit op 2 niveau’s:
· Nationaal: Links dient aan introspectie te doen waarom het er niet in slaagt om ondanks bijv. groeiende kinderarmoede, kansarme gezinnen, toenemende ongelijkheid etc niet een kiezerspotentieel aan te spreken dat haar historisch genegen is. Er zijn zoveel verliezers in onze gemeenschap, niet enkel de allerarmsten, maar velen uit de middenklasse kunnen niet meer aanklampen. Haar core business zijn niet de rechten te vrijwaren van zij die zich op de intersecties bevinden van alle mogelijke vormen van identiteiten, maar zij die onafgezien hun specificiteit, moeite hebben om de eindjes aan mekaar te knopen.
· Een 2de as gaat regelrecht in tegen Elchardus’ grenzenfetisj: globalisering is een feit, en links dient een progressieve agenda uit te rollen op supranationaal niveau. Energie is een voorbeeld waar Groen zich bij uitstek op manifesteert, en door grondige dossierkennis zeer eigengereid vooruit gaat. Energie, en bij uitbreiding klimaat, zijn een bij uitstek progressieve thematiek, de betaalbaarheid wordt een enorme uitdaging. Voorlopig lijkt het of enkel de gegoeden winnen in deze dossiers, via zonnepannelen die via subsidiëring meer opbrengen dan ze kosten, coole electrische wagens die alleen maar haalbaar zijn voor de gelukkigen die over bedrijfswagens beschikken en thuis over een oprit om dicht bij huis te laden.
Minder begoeden moeten het doen met slecht geïsoleerde huizen en kunnen ondanks subsidiëring niet de investeringen ophoesten om de stijgende energiekosten te bufferen. Energiearmoede is een reële problematiek, het vraagstuk kan enkel opgelost door een veel bredere aanpak waarbij inkomensherverdeling opnieuw een sleutelthema wordt.
Elchardus’ boek, gestript van het nationalistische, is een prima boek voor de conservatieve partij die Vlaanderen vandaag niet heeft en best zou uitvinden. Want al kan je het oneens zijn met Elchardus’ bevindingen, het is een waardenkader dat zijn relevantie heeft. Door het nationalisme in zijn betoog binnen te smokkelen, vervuilt hij de boodschap en geeft het overmatige legitimiteit aan regionaal vrijheidsstreven.
Erger is dat hij ondanks een slim betoog dat het faillissement van Links beschrijft, geen enkel project voorstelt dat links terug op de kaart kan brengen. Het migratiethema haalt links nooit meer binnen, ze kan hoogstens de scherpe randjes van een grondige bijsturing door rechts afzwakken. Ze kan wel de gemeenschap mee vorm geven waardoor migratie niet als zondebok van al wat niet goed gaat te bestempelen. Daar ligt de uitdaging voor links.
Reset, ok, maar Elchardus stelt maar een halve reset voor.