Deel 3 is geenszins controversieel, dat was alleszins mijn conclusie na eerste lezing. Bij het opstellen van deze samenvatting en herlezing kom ik daar toch wat op terug. Wederom een zeer boeiend deel. Het legt zeer helder uit vanwaar de tegenstellingen komen tussen het liberalisme en het gemeenschapsdenken. Elchardus legt meticuleus uit hoe de oorsprong van dit conflict ontstaat uit de botsing tussen het verlichtingsdenken en de tegenverlichting als tegenreactie.
Elchardus doet dit op 5 assen.
De eerste as is de rede: een beetje tegennatuurlijk, maar voor de Verlichters wordt het denken, de rede als een kwestie van individuele moed gezien. Als een reactie tegen het algemene gezag, de consensus. Fijntjes verwijst Elchardus naar de vele complottheorieën die vandaag via de sociale mediakanalen hun ronde doen. Veel ‘helden’ orakelen via allerlei kanalen hun waarheid die ingaat tegen elke wetenschappelijke bevinding in, en beschouwen wetenschap als een mening waar je een andere visie op kan hebben. Dit verklaart bijvoorbeeld het succes van antivax verhaal in deze tijden van Corona.
De antiverlichting daarentegen onttrekt de rede van het individu uit wat de gemeenschap aan kennis over haar geschiedenis heeft geborgen en via onderwijs, tradities e.d. overdraagt van generatie op generatie. Rede, verstand, de waarheidsvinding is het resultaat van wat je over de eeuwen heen aan kennis opbouwt.
Tweede as is de natuur. In de zin van wat als natuurlijk kan worden beschouwd, wat de menselijke natuur is. De Verlichting gaat ervan uit dat er maar 1 universele norm kan zijn, 1 rechtsorde die dat in goede banen kan leiden. De idee van de mensenrechten is daar zeer sterk op gebaseerd, de algemene & universele mensenrechten zijn van toepassing over alle grenzen en culturen heen. Dit als een door een hogere macht ‘goedgekeurde catalogus van mensenrechten’ heeft iets superieurs, zij die daar niet aan voldoen zijn impliciet inferieur. Vanuit dit denken maar vooral omwille van de technologische en militaire superioriteit heeft het Westen lange tijd haar politiek van imperialisme en kolonialisme kunnen verantwoorden.
Het recente voorbeeld van Afghanistan waar men jarenlang aan ‘nation building’ heeft gedaan illustreert perfect de ambitie die uit dit denken voortkomt. Vanuit een soort universeel gelijk kan men als het ware een land binnenvallen en daar van de grond af een nieuwe natie bouwen. Na 20 jaar bezetting en oneervolle terugtrekking werd het land weer aan de initiële machthebbers, de Taliban, overgedragen.
Aanhangers van tegenverlichting gaan er eerder vanuit dat normen en waarden het gevolg zijn van cultuur en traditie, een wetsorde moet dan ook een uiting zijn van de nationale volkssoevereiniteit, niet het resultaat van een ingebeelde natuur. Dit onderscheid is fundamenteel en sterk van belang in het denken dat Elchardus later tentoon spreidt.
Derde as is cultuur en is wel wat controversiëler. Verlichters ontkennen als het ware de specificiteit van een cultuur, toch in de zin dat er een causaal verband zou kunnen bestaan tussen cultuur en bijvoorbeeld onderwijsprestaties of economisch presteren. Herinner dat het lange tijd taboe was om specifieke statistieken te publiceren die de migratie achtergrond meenamen als een analyse as om bepaalde wetenschappelijke bevindingen te staven.
Tegenverlichters daarentegen zouden net de eigenheid van culturen en tradities respecteren. En wensen dan ook dat andere culturen hen respecteren. Nogmaals, ik geloof Elchardus best dat dit soort van causale verbanden bestaan tussen cultuur en specifieke gedragingen, maar hij romantiseert hier toch wel alsof de tegenverlichters en hun nazaten de enige zijn die diversiteit in al haar vormen kan appreciëren. Er is een passage waar Elchardus het universalisme als de mede bron beschouwt van ‘agressie, onder al de gedaanten die het imperialisme kan aannemen: kolonialisme, onderwerping, beschavingsdrang, bekering, censuur, invasie, (…)’.
4de as individualisme. Kort, bij de verlichting staat het individu op zich, waarbij tegenverlichters het individu zien als een product van haar gemeenschap. Het individu is als het ware schatplichtig aan de gemeenschap waar het is opgegroeid, zijn vrijheid onttrekt het uit die gemeenschap. Verlichters zien het begrip vrijheid echter als inherent deel uitmakende van het individu, waar de gemeenschap geen bijdrage aan kan leveren.
De 5de as is best leuk vanuit filosofisch perspectief nl. de tijd. Voor de verlichter zijn alle opvattingen van het verleden voorbijgestreefd, zij leven als het ware in de toekomst waar hun normen de enige ware zijn. Soms willen ze het proces van achterlijke beschavingen bespoedigen door een land binnen te vallen. Elke dag is terug dag 0, waarbij opnieuw een dialoog dient te worden aangegaan over wie we zijn of willen zijn. Desnoods wordt de dialoog morgen opnieuw opgestart met de nieuwe immigranten. De anti-verlichters halen hun identiteit echter uit het verleden, uit tradities, uit de cumulatie van al de gezamenlijke opgedane ervaringen. Het is het verleden dat de basis is van hun heden.
Het is in dit betoog dat elchardus stelt dat verlichting de basis vormt van het liberalisme en de antiverlichting die van het gemeenschapsdenken. Het verschil in denken komt tot uiting tussen mensen die zich de vraag stellen hoe een orde tot stand komen, en anderen die zich nooit die vraag stellen, die zich daar nooit over verwonderen.
Deze laatste groep, de liberalen, gaan uit van de zgn. onzichtbare hand. Er is een natuurlijke wetmatigheid die zorgt dat het is zoals het is. De mens is een vrij wezen, handelt uit eigenbelang, en het is dat eigenbelang dat ervoor zorgt dat iedereen het goed heeft en er geen nood is aan een orde dat dient te worden gestuurd. De bakker bakt brood om ervan te kunnen leven, daar wordt niet enkel hij beter van maar wij ook omdat we hierdoor brood kunnen kopen & eten.
Elchardus neemt tijd om het ontstaan van het toenmalige economische denken uit de doeken te doen, en hoe destructief die geweest is doorheen de geschiedenis. Het individualisme werd zo geprezen, dat het voor ons als gemeenschap een ware geruststelling was dat er een wetenschap was die ons eigen egoïsme vergoelijkte.
De grondvrees van liberalen echter is dat democratie aanleiding kan geven tot een wetsorde die tegen deze natuurlijke orde ingaat. Elchardus stelt dat liberalisme en nationale soevereiniteit niet samen gaan, niet samen kunnen gaan. Dit omdat nationale soevereiniteit volkssoevereiniteit veronderstelt, een volk dat vrij zijn wetten kan opstellen. Om deze redenen staan liberalen voor een ondemocratisch liberalisme. Er is geen vertrouwen in het volk dat zij de juiste beslissingen kunnen nemen die de belangen van het individu kunnen waarborgen en zou ingrijpen in de natuur. Het is liberalen daarom een kwestie om nationale souvereiniteit zoveel mogelijk uit te hollen, opdat een rechtsorde ontstaat die niet rechtstreeks door de volkswil tot stand is gebracht. Let op, liberalen geloven dat iedereen gelijk is voor de wet, maar dat niet iedereen gelijk is om diezelfde wet te maken.
Projecten zoals de Europese Unie worden in dit kader gezien, als liberale pogingen om de volkssoevereiniteit te omzeilen. De daaruit vloeiende rechtsspraak heeft volgens Elchardus enkel tot doel om het liberale denken verder te vrijwaren. Daarmee stoot het liberalisme op een fundamentele contradictie. Het heeft wetgeving nodig om de natuurlijke orde te bestendigen, ondanks een intrinsiek gedachtegoed dat wetgeving bij voorbaat beschouwt als een inmenging in de vrijheid van het individu.
Liberalisme staat daarmee haaks op het gemeenschapsdenken, dat laatste heeft immers een belangrijke overheid nodig net om het weefsel van de gemeenschap te vormen, hetzij in onderwijs, de zorgsector, de wegeninfrastructuur enzovoort. Opdat de gemeenschap en haar bijhorende rechtsorde de volkswil reflecteert, is democratie belangrijk. Elchardus spreekt van communautaire democratie, om het onderscheid te maken met andere types kiesstelsels die niet noodzakelijk de volkssoevereiniteit respecteren, maar die ook de stempel democratie krijgen. Natiestaten die een deel van hun soevereiniteit opgeven ten voordele van supranationale instanties zoals het IMF, de Wereldbank, de Europese commissie, de Europese centrale bank, enz. hebben een rechtsorde die niet voortvloeit uit de gemeenschap, vandaar het begrip communautaire democratie
Maar om een gemeenschap te kunnen vormen poneert Elchardus dat er 3 belangrijke oplossingen zijn om ‘echte diversiteit’ te garanderen: grenzen, homogeniseren en seculariseren.
De eerste oplossing, grenzen, komt voort uit de noodzaak dat een georganiseerde gemeenschap zich manifesteert in een staat omwille van functionele werkbaarheid. Binnen die grenzen is er nood aan een intra-gemeenschapssolidariteit en het delen van een gemeenschappelijke cultuur. Ideaal is een natiestaat, één natie binnen één staat. Maw er zijn naties die niet samenvallen met een nationale staat. Het streven naar een natiestaat is wat men nationalisme noemt. Dit vertaalt zich ofwel door bevolkingsgroepen die naar een territoriale soevereiniteit streven (Catalonië, Vlaanderen, …). Ofwel, indien dit reeds het geval is, door de eigenheid te benadrukken van de soevereine staat. ‘Make America Great Again’ bijvoorbeeld is een slagzin die tot doel heeft het patriotisme van de Amerikanen aan te wakkeren en de eenheid aan te zwengelen.
Het one nation one state principe is voor Elchardus een legitieme oplossing. Grensbewaking, defensie uitgaven, grenzen hertekenen, desnoods volksverhuizingen, het maakt allemaal deel uit van de toolbox.
Een 2de is de homogenisering, wat onder verschillende vormen kan bijv. via verplicht onderwijs met opgelegde inhoudelijke criteria. Elchardus erkent dat dit homogeniseren onderdrukkend kan overkomen, maar stelt evenwel verderop dat het moet worden gezien als iets functioneels om tot een werkbare gemeenschap te komen. Met homogeniseren bedoelt Elchardus niet dat er geen verschillen mogen bestaan, maar dat de problemen die voortkomen uit onze verschillen kunnen worden gemilderd. Dit is niet louter cultureel, maar ook politiek en economisch. Burgers moeten als het ware de nodige set aan competenties en vaardigheden ontwikkelen om zich financieel te beredderen in het alledaagse leven. Het gaat om een inburgeringsproces. Dat omvolking moet tegengaan. En waarbij Elchardus toch zeer dicht bij het taalgebruik van de voorzitter van het Vlaams Belang aanschuurt. Zonder te willen stellen dat Elchardus xenofoob van aard is, ik kan het alleen maar observeren.
Over secularisering als 3de oplossing wordt niet meer gesproken, er wordt verwezen naar hoofdstuk 7 dat ik er nog eens op heb nageslagen, maar dat behandelt slechts de vormen van het groot identiteitsstreven. Buiten dat we als het westen een seculariseringsgolf hebben doormaakt van het christendom, en dat we nu een de-secularisering observeren omwille van het islamisme, is me niet onmiddellijk duidelijk waar Elchardus naartoe wil. Bedoelt hij met seculariseren dat we zoals Frankrijk nog verder gaan in de ‘laicité’ van de openbare ruimte, of dat ook daar een homogenisering nodig is op religieus vlak en de huidige godsdienstvrijheden onder de loep worden genomen. Vergeet niet dat Elchardus al op het einde van hoofdstuk 10 zeer scherp was voor de Islam in de Westerse wereld, maar dat hij nu qua oplossing het onderwerp lijkt te vermijden. Hij haalt het aan als één van de 3 oplossingen, maar werkt het dan niet uit.
Het is duidelijk welke van de 2 vormen van denken Elchardus prefereert. Hoewel hij zeer precies de tweespalt tussen 2 verschillende denkstromen blootlegt, krijg ik zijn denkkader niet toegepast op ons huidig politieke systeem. Ja, neo-liberalisme is een problematisch denkkader, maar veel van ons politiek handelen in Europa kan niet louter toegeschreven worden aan partijen die zulk een neoliberale agenda uitrolden. Dat is misschien zo in het VK of de VS, maar neem bijvoorbeeld een land als België, je kan bezwaarlijk spreken van een politieke generatie met een ultra liberale agenda. De oude PVV van Verhofstadt zal wellicht zeer dicht hebben aangeschuurd tegen het neo-liberalisme, maar zij waren maar 1 van de politieke partijen die in consensus met andere partijen vorm hebben gegeven aan de politieke evolutie van België. Het zou teveel eer zijn om de toenmalige PVV verantwoordelijk te achten voor de voortrekkersrol die België heeft gespeeld in de vorming van bijvoorbeeld de E(E)G die later de EU is geworden. Ook Frankrijk had gedurende 14 jaar een socialistische president in de jaren 80 en 90, je kan Mitterand bezwaarlijk een ambassadeur noemen van het harde liberalisme.
Het door Elchardus aangereikte denkkader doet geloven dat er een conflict is tussen 2 diametraal tegenover mekaar staande ideologieën, waarbij het gemeenschapsdenken vanuit dit denkkader als superieur naar voren mag komen. De realiteit is echter dat de politieke denkstromen meer gefragmenteerd zijn dan wat Elchardus ons doet geloven. Er zijn progressieve denkstromen die een these zijn tussen de verlichting & de tegenverlichting, die zich economisch niet-liberaal opstellen, niet voor het loutere individualisme gaan en eveneens de wetenschap erkennen als de bron van kennis, maar wel het handvest van de rechten van de mens als universeel beschouwen. Of neem het oud Vlaams Blok, een nationalistisch geöriënteerde partij dat eerder een neoliberaal economisch programma had, maar nadien meer garen spon door dit economisch gedachtegoed te lossen.
Het conflict dat Elchardus ons voorlegt, manipuleert je om te kiezen voor wat hij nogal tendentieus en eufemistisch het gemeenschapsdenken noemt. De realiteit is echter dat er nog andere vormen van gemeenschapsdenken bestaan, die geen nationalistische geïnspireerde agenda volgen.