Reset – deel 1

Deel 1 focust zich zowel op de successen van het individuele vooruitgangsproject als op ons onvermogen om dit succes in ons voordeel om te buigen. Elchardus tracht eerst stil te staan bij wat ons als individu kenmerkt. Wat is onze identiteit? Gezien identiteitsbeleving gepaard gaat met veel emotie, benadert hij dit slim vanuit een droog wetenschappelijke hoek. Maar slaagt hij erin?

 

Eerst louter fysisch. Daarna psychologisch. Om dan te besluiten dat er niet zoiets is als een eigen zelf, of toch niet in de romantische zin. Fysiek wordt onze identiteit uiteraard bepaald door een ganse reeks van fysieke kenmerken (ras, vingerafdrukken, DNA, bloedgroep, …), maar geen van deze kenmerken bepaalt wezenlijk ons ‘zijn’. Hoogstens kan op basis van zeer specifieke kenmerken een voorspelling gedaan worden rond je fysieke levensloop zoals vatbaarheid voor ziektes, maar voorspellend ten aanzien van je gedrag? Dat is het geenszins.

 

Hij doorprikt ook de mythe dat ieder van ons een unieke en authentieke persoonlijkheid is die zelfbewust zijn eigenheid tot ontwikkeling brengt. Of beter, hij zegt dat niet echt, maar Elchardus toont met diverse voorbeelden aan dat de moderne mens eerder speelbal is van de excessen van een kapitalisme dat enkel nog kan draaien op massaconsumptie. We denken dat we authentiek zijn in ons handelen, maar onze identiteit wordt veeleer bepaald door de status die we denken te onttrekken uit de goederen die we aankopen.

Het cynische is dat we in de ganse geschiedenis nog nooit onszelf zoveel geëxploreerd hebben, om dan te eindigen als loutere consumenten die gestuurd worden door Big Tech en kapitalisten die ons het gevoel van authenticiteit aanpraten via de producten die ze noodgedwongen aan de man moeten slijten.

 

Dat kan wel tellen als geloof in de maakbaarheid van onze identiteit.

 

Uit een door Elchardus uitgevoerd experiment waarin hij studenten een essay liet schrijven over wat het voor hen betekent om zichzelf te zijn, komen 2 interessante bevindingen naar boven:

·        Jezelf zijn betekent geen maskers dragen, ten allen tijde je gedragen onder impuls van je eigen emoties en niet wat als maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht

·        Jezelf zijn betekent dat je geen kopij van een ander bent, je bent origineel, je onderscheidt je van de ander

Interessant is de kwalitatieve conclusie die Elchardus hieraan verbindt: jezelf zijn wordt gedefinieerd als het afzetten tegen de maatschappij die je tracht te conformeren: hetzij door je maskers aan te reiken, hetzij door je deel te laten uitmaken van de kudde waar je niet boven kan uitstijgen.

 

Dit is in de ogen van Elchardus (terecht) problematisch. In je subjectieve zoektocht naar jezelf, ontstaat een houding waarbij je de maatschappij als beperkend beschouwt, waardoor je overmatig de gang van zaken bekritiseert. Alles wat vanuit de gemeenschap als regel en standaard naar voren worden geschoven is een inbreuk op je zelfontplooiing. En, en dit is wat mij betreft de clou van dit eerste deel, doordat het individu alles toetst aan zijn ik, zijn veronderstelde authenticiteit, zijn subjectieve beleving, primeert zijn gevoel boven alles.

 

Door ons hyperindividualistisch gedrag hebben we de afgelopen decennia de banden met de gemeenschap doorgeknipt, in de heilige overtuiging  dat we in de ontdekkingsreis naar ons zelfzijn volledig vrij dienden te zijn van religie, cultuur, overheid, familie…Waar we als individuen geloofden een tegencultuur tot gang te brengen, kan je moeilijk spreken van een tegencultuur als iedereen aanhanger is van dezelfde cultuur.

 

En hier eindigt het niet. Niet alleen hebben we in onze zoektocht naar ons eigen zelve de link met de gemeenschap doorgeknipt, door de knip wordt de zoektocht zelf naar onze diepe identiteit problematisch. Bij gebrek aan een collectieve identiteit of andere externe criteria missen we de nodige houvast om onze identiteit vorm te geven. Onze nood aan psychologische bijstand explodeert enerzijds door deze identiteitscrisis, bovendien zijn we continue op een bijna ziekelijke wijze op zoek naar erkenning van derden.

 

Ik ken heel weinig van de psychologische literatuur rond dit onderwerp, en kan niet beoordelen of dit spoort met wat algemeen wetenschappelijk wordt geobserveerd, maar dit eerste deel komt wel binnen qua maatschappij observatie. Het schetst een diep droevig beeld van de vooruitgang die de mens heeft kunnen maken in zijn geestelijke ontwikkeling.

 

Klopt dit?

 

Enerzijds weten we dat veel jongeren zich vandaag sterk laten leiden door sociale media. Het is geweten dat bijvoorbeeld de algoritmes bij Instagram jonge meisjes eerder beklemmen dan doen ontplooien. Op Facebook bouwen adolescenten profielen uit die sterk investeren in de authenticiteit van hun digitale zijn, maar vaak zijn het net de maskers die ze niet wensen te dragen. We denken dat we over een onafhankelijke geest beschikken, maar op de vele internetpagina’s en sociale fora worden we door trollen en allerlei vormen van manipulatie enkel bevestigd in wat we willen bevestigd zien, als is dat een grote leugen.

Zonder expert te zijn, therapie & psychologische bijstand lijkt meer dan vroeger deel uit te maken van ons leven. Is het omdat het aanbod aan dit type van hulp is toegenomen, of omdat we allen opgezadeld zitten met een serieuze identiteitscrisis die ons verlamt?

 

Langs de andere kant zien we toch ook dat velen onder ons zich toch bekennen tot een bepaalde identiteit. Dat ze hun ontplooiing zoeken in groepen waarin ze een deel van hun identiteit (menen te) herkennen. In de inleiding had ik al mijn verwondering meegegeven dat religieuze identificatie bij Europese moslims zeer present is. Jongeren staan ook ongegeneerd te pronken met een NV-A vlag op hun twitter profiel. Niet cis-mannen & vrouwen geven zeer expliciet aan hoe ze willen aangesproken worden. De gay parades lijken me niet het toonbeeld te zijn van individuen die niet genieten van hun identiteit? Qua identificatie zijn er dus ganse groepen die daar geen enkel probleem mee hebben.

 

De vraag is of de identiteitscrisis er niet enkel is bij zij die zich niet tot een bepaalde (micro) identiteit hebben bekeerd. En ja, dit is wellicht een grotere groep dan voorheen. Maar zijn zij het die zich van de maatschappij keren? Of zijn het net zij, die zich toch een micro-identiteit aanmeten, diegene die de band met de gemeenschap doorknippen, of hen alleszins niet nauw genegen zijn?

 

Mijn punt is dat ik niet sterk overtuigd ben dat het gebrek aan gemeenschapsdenken enkel aanwezig is bij de steeds groter wordende groep aan ‘identiteitslozen’. Of dat deze groep verantwoordelijk is voor ons huidig zwalpen.

 

Mijn vrees is dat Elchardus, zoals hij ook kort aankaart in zijn inleiding, een onderscheid gaat maken tussen diverse types van identificatie. Dat er een hiërarchie bestaat, en dat sommigen maatschappij opbouwend zijn en anderen eerder thematisch zonder zinvolheid voor de opbouw van een wereld(orde).

 

Niet dat ik me daar bij voorbaat tegen verzet, maar het lijkt me een retorische truc. Laten we zien wat Elchardus in het 2de deel van zijn boek ons vertelt.

Published by kaveh randjandiche

Married with children, just a normal job, when I get frustrated by the daily politics I write, that s all.

Leave a comment