Ik dacht dit boek aan me te laten voorbijgaan. De vele negatieve kritieken en de enkele verwijzingen naar tenenkrullende passages in het boek leken me voldoende om mijn tijd met iets nuttigers te vullen. Politiek die de rechterlijke macht kon bypassen als een uitspraak hen niet bevalt; of stellingen rond hoe weinig respectvol immigratie wel was… leken me eerder deel uit te maken van een handvest voor despoten zoals Trump of iets dichter bij huis een brulboei zoals Francken.
Hoewel in Vlaanderen alle partijen hun voorbehoud al wel eens maakten tav een rechterlijke uitspraak, het woord activistische rechter is al meerdere keren geuit op moment dat een rechterlijke uitspraak een NV-A kopstuk niet beviel. En zo is het Trump bij uitstek die er alles aan heeft gedaan om de rechterlijke macht opzij te schuiven als het hem niet beviel. Maw de geciteerde passages maakten me niet echt blij.
Bovendien, het feit dat Bart De Wever iedereen aanraadt om het boek van Elchardus te lezen, is niet onmiddellijk de referentie die progressieven ertoe beweegt om inspiratie te gaan zoeken in die zgn. Dikke van Elchardus. Ook het gerucht dat de voorzitter van Vooruit Conner Rousseau Elchardus wil ontmoeten, is wat mij persoonlijk betreft een extra struikelblok, maar ik geef toe dat ik geen hoge pet op heb van de socialistische voorzitter.
Ruud Goossens die ik graag lees om zijn heldere kijk op de wereld heeft er ook een artikeltje aan gewijd in de Standaard, en ik kon maar weinig enthousiasme bespeuren. Persoonlijk kijk ik nu nog uit naar de recensie van Dijab Abou Jahjah volgende week in de Knack, zijn exposés rond woke en het gekoppelde identiteitsdenken zijn wel verfrissend binnen de Vlaamse context, en ik ben best benieuwd hoe hij zich positioneert tav dit boek.
Teneinde heb ik ook L. Tobbacks ‘recensie’ gelezen. Recensie is echter teveel eer voor een scheldtirade, waarin Tobback eerder scherpe oneliners tracht neer te zetten en geen enkel inhoudelijk argument aanbrengt. Het bekt natuurlijk leuk om aan te geven dat de Taliban waarschijnlijk al een groot deel van het door Elchardus voorgestelde denkkader heeft uitgerold.
En toch, er zijn zo weinig Vlaamse intellectuelen die een respectabele poging doen om aan te geven hoe we als gemeenschap dienen te evolueren om de uitdagingen van morgen aan te kunnen. Het is een onderwerp waar ik als niet professionele observator dagelijks bij stil sta. Wat scheidt mij en ‘mijn groep’ van de rest? Wat is de onderliggende breuklijn dat nu zo hevig naar boven komt in dit coronatijdperk tussen gevaccineerden en antivaxers? Waarom kiezen mensen massaal voor Trump, terwijl hij duidelijk maar een ordinaire leugenaar is? Waarom kiest bijna de helft van Vlaanderen voor anti establishment partijen die de legitimiteit van onze regering ondergraven? Waarom halen zgn. senior writers van De Morgen er een duivels plezier uit om jonge activisten zoals Anuna De Wever belachelijk te maken of groene ministers te ridiculiseren? Waarom zijn wij zo anti alles?
Met wat pessimisme, hoe kan dit niet alleen maar erger worden? Wat kan ons terug verbinden, waar in de tijd is de lijm die dit alles samenhoudt beginnen lossen en hoe krijgen we de breuken terug geheeld?
Ik heb gisterenacht mezelf het boek dan toch maar aangekocht en zal regelmatig mijn gedachten op papier zetten. Ik heb de onhebbelijke gewoonte om boeken maar half te lezen omdat de boodschap vaak reeds verteld is halverwege, de rest is vaak enkel nog nodig om de nodige referenties verwerkt te krijgen, noodzakelijk om een boek van de nodige wetenschappelijke status te voorzien. Ik beloof dus niet het boek uit te lezen als ik halverwege afhaak omdat ik de boodschap al wel heb begrepen, maar wil in de loop van mijn lezing mijn evaluatie met de lezer delen. Ik zal het doorspekken met mijn eigen hersenspinsels, omdat ik het boek lees tegen de achtergrond of het boek ook een antwoord kan bieden op mijn eigen vraag: kunnen we het als gemeenschap beter doen, of gaan we ten onder aan onze interne twisten? Hebben we een gemeenschappelijk project, of is het vanaf nu morrelen in de marge en is het wachten tot we als gemeenschap uit mekaar spatten?
Bij deze dan mijn résumé op de inleiding van het boek.
Ik moet zeggen dat ik alvast meer zin heb gekregen om het boek te lezen dan dat ik had voordat ik op de betaalknop heb gedrukt. De inleiding behandelt meerdere van mijn lievelingsonderwerpen en maakt me nieuwsgierig of Elchardus daar iets nieuw creatiefs uit kan breien.
Het boek start met de stelling dat de Westerse ziel het product is van 3 eigenschappen:
· Vooreerst de mens en niet God staat centraal, kern van het humanisme.
· De wereld is er voor het individu, kern van het individualisme
· De waarheid bekomen we enkel via de wetenschap, wat Elchardus het faustiaanse karakter noemt.
De moderne Westerse mens is ontstaan tijdens de Verlichting, waar het individu bevrijd werd van de beperkingen opgelegd door religie, en wetenschap de enige sleutel was om de geheimen van het leven te ontsluiten. De mens, bevrijd van zijn ketenen, zou zich eindelijk kunnen ontwikkelen, zijn persoonlijke vrijheid kunnen opeisen. Het is die stelling die me boeit, omdat de evolutie klaarblijkelijk geen rechte lijn volgt. Als atheïst heb ik de geleidelijke teruggang van het katholicisme mogen aanschouwen en geloofde ik dat religie op sterven na dood was in Europa. Maar tegelijkertijd zien we dat de islam binnen Europa aan belang wint, en dat zeer intelligente moslimburgers deze religie als een wezenlijk deel van hun identiteit beschouwen. Op zich boeit het me niet in welk bovennatuurlijk wezen een ander wenst te geloven, maar ik heb mijn atheïsme nooit gezien als een wezenlijk deel van mezelf. Ik vind het dan ook vreemd dat iemand zijn geloof niet bijvoorbeeld beschouwt als zijn hobby buiten de uren om, maar daar zijn identiteit uit wenst te puren. Ik ga er hier niet verder op in, want ik geloof dat religie nog wel ten berde komt verder bij Elchardus.
Ook de wetenschap als bron van alle waarheid lijkt een no brainer voor een universitair opgeleide zoals ik, maar zelfs wetenschap wordt door individuen in alle lagen van de bevolking gecontesteerd. Ik weet dat er vaak naar dezelfde Gallup poll wordt verwezen, maar daaruit blijkt toch maar dat zo’n 40% van de Amerikanen gelooft dat God de wereld heeft geschapen. Niet bij wijze van spreken, maar echt, zoals dat in het oud testament wordt beschreven. Op 7 dagen. Dit is schrikwekkend voor een natie die zichzelf als superieur positioneert in de wereldorde. En de islam bovendien als een achterlijke religie beschouwd.
Terug naar het vrijheidsideaal. Het betoog van Elchardus in de inleiding is dat de ontplooiing en de groei van de vrijheid van een hele gemeenschap nav het Verlichtingsdenken heel sterk gepaard ging met een overheid die zeer sterk ingreep op de individuele bewegingsvrijheid. Dit lijkt een paradox, maar is het verre van. Het is de exacte beschrijving van het spanningsveld dat we in onze hedendaagse maatschappij in vele debatten ondervinden. In welke mate moeten we als individu een deel van onze vrijheid opgeven om in ruil daarvoor als gemeenschap van een veel bredere vrijheid te kunnen genieten? Om het met een hedendaags voorbeeld te verduidelijken: in welke mate is de coronapas, een in wezen vrijheidsbeperkende maatregel, een oplossing om als gemeenschap toch beter om te gaan met een pandemie.
De Westere overheden hebben in de loop der eeuwen zeer drastisch ingegrepen in ons leven en hebben hierdoor de veiligheid verhoogd, de zorg verbeterd, structuur geschapen in de ruimtelijke orde, voor onderwijs gezorgd, rechtszekerheid uitgebouwd, etc.
Individuele vrijheid is als het ware het product van wat de gemeenschap heeft voortgebracht. Dit staat in schril contrast met hoe aanhangers van absolute, individuele vrijheden naar de overheid kijken. De individuele vrijheid staat op zich en moet ten allen tijde verdedigd worden tegen de gemeenschap in.
Onze recente geschiedenis wordt gekenmerkt door bewegingen waarin het gemeenschapsdenken primeert boven de individuele vrijheid (periode jaren 30 tot 70 van de 20ste eeuw), naar net het omgekeerde (jaren 70 tot de bankencrisis va 2008).
Het (neo-)liberalisme wordt hierbij, niet verwonderlijk, als destructiefs voorgesteld: het ondermijnt de overheid en onderbreekt beschavingsprojecten zoals bijv. de verdere uitbouw van de Europese Unie.
De vraagstelling die Elchardus tracht te beantwoorden in het boek is op welk niveau de gemeenschap zich dient te bevinden, opdat de mens zich maximaal kan ontplooien. Dat staat niet letterlijk zo in de inleiding, maar gezien de recensies weet je wel dat dat de vraag is die hij wenst te beantwoorden: hoe krijgen we opnieuw een gemeenschappelijk project op de rails? Je voelt dat hij op zoek is naar wat ons als gemeenschap verbindt, daarmee kom je niet onderuit dat je naar de identiteit van die gemeenschap zoekt. Ik lees: niet noodzakelijk wat onderscheidt ons van de rest, maar wel wat is voldoende gemeenschappelijk om samen aan een project te bouwen.
Interessant is dat hij een onderscheid maakt tussen klein identitair denken en groot identitair streven. Het eerste gaat om onze persoonlijke identitaire eigenschappen zoals ras, sexe, gender, etc. Het 2de verwijst eerder naar kenmerken om de wereld te ordenen, waartoe hij religie, klasse & natie rekent. Het eerste is volgens Elchardus bij voorbaat maatschappij verdelend (woke groepen zullen nu wellicht steigeren). Het tweede blijkt dat niet noodzakelijk te zijn.
Elchardus wijdt in de inleiding even uit over de rol van de natie en hoe er een inclusief en exclusief nationalisme bestaat. Als voorbeeld binnen de Vlaamse context neemt hij respectievelijk de NV-A & het Vlaams Belang. Het is hier dat mijn haren al rechtop gaan staan, maar Elchardus gaat er in de inleiding niet verder op in. Maar het licht wel een tipje van de sluier op. Het doet me vermoeden dat inclusiviteit zeer eng kan worden geïnterpreteerd. NV-A is inclusief voor iedereen die zich binnen de fysische grenzen van het Vlaamse grondgebied bevindt, maar wil geen gemeenschap vormen met de Walen die zich aan de andere kant van de taalgrens bevinden. Het VB is exclusief omdat ze zelfs binnen de fysische grenzen, zich afzet tegen bepaalde bevolkingsgroepen. Let op, Elchardus poneert dit zeker niet zo in de inleiding, ik ben dan ook benieuwd hoe hij het verder zal uitdiepen in zijn opus magnus.
Dat is het zowat voor de inleiding, ik ben geprikkeld. Ik wil best weten wat Elchardus als maatschappijproject naar voren schuift. Uit de recensies weet ik dat ik het bij voorbaat niet over alles eens zal zijn. Maar mij interesseert het hoe hij de valkuilen die gepaard gaan met identitair denken denkt op te lossen, terwijl hij net dat identitair denken nodig heeft om een gemeenschap te vormen. Kan hij dit duivelse vraagstuk oplossen? Is een reset mogelijk en zoja, hoe?