Dit is een herpublicatie van een artikel op 11 September 2020.
De komst van de jonge Connor Rousseau in het voorzitterslandschap ging niet helemaal ongemerkt aan ons voorbij. En dit ondanks het feit dat nu bijna de helft van alle Vlaamse partijen ondertussen sinds de laatste verkiezingen van voorzitter zijn gewisseld. Rousseau kreeg in het begin vooral aandacht rond zijn vestimentaire verschijning en zijn laten we zeggen soms nogal ‘jongensachtige’ uitlaten in de media (‘ni fokke me mij gast’). Er waren redacteurs die Rousseau beschouwden als het begin van het einde en finaal zou leiden tot een implosie van de SP.A.
Maar kijk, zoveel maanden later blijkt hij nog steeds stand te houden en hij valt tot op heden vooral op door zijn constructieve deelname in alle initiatieven die zich hebben voorgedaan om een nieuwe regering op de been te brengen. Voorlopig hebben we hem nog niet kunnen betrappen op revolutionaire ideeën, maar hij krijgt wat mij betreft toch het voordeel van de twijfel.
Het is daarom pijnlijk om nu het schouwspel rond de naamsverandering te moeten aanzien. Toen de SP vervelde tot de SP.A liet de waterfabrikant SPA al flauwtjes weten dat ze niet gediend waren met de naamswijziging, het is daarom des te vreemder dat diezelfde partij nu dezelfde fout maakt, moedwillig zelfs.
Het kunstencentrum Vooruit in Gent is toch een naam als een klok, waarom dan kiezen voor een naamswijziging die ongewild de link maakt met een vzw die niet gediend is met de verwijzing naar haar patrimonium.
De SP.A kan schermen met de argumentatie dat de Vooruit historisch toch ontstaan is uit een socialistisch idee, maar het moet toegegeven worden: dit is argumentatie na de feiten die enkel toevalligerwijze in de kaarten van de SP.A spelen.
De SP.A zou nog kunnen claimen dat ze de link met het kunstencentrum niet hadden gemaakt en het nu te laat is om nog terug te draaien. Vooruit is bovendien een alledaags woord, niemand kan het alleenrecht op dit woord claimen. Maar, en hier wordt het interessant, het kunstencentrum stelt dat zij reeds in juli werden gecontacteerd om hen op de hoogte te brengen van wat komen ging. Het kunstencentrum zou hier negatief op hebben gereageerd.
Stel dat dit klopt, waarom dan toch doorzetten? Het woordenpatrimonium van Rousseau of zijn marketeers kan toch niet zo beperkt zijn dat ze geen alternatieve roepnaam kunnen vinden? Waarom willens nillens toch de confrontatie aangaan met, laten we eerlijk zijn, een sector die de linkse beweging eerder genegen is?
I.p.v. gas terug te nemen, kiest de SP.A nu voor de frontale aanval: ze heeft beslist om de naam als merk te deponeren, en zou daarbij een dag sneller zijn dan het kunstencentrum. Specialisten zeggen dat hiermee de race nog niet gereden is, maar waarom gooit de SP.A het nu over deze boeg? Stel dat ze dit dossier nu louter om formeel-procedurele redenen wint, de achterliggende intentie dat ze achterbaks een naam steelt zal toch niet snel worden vergeten?
Het kan soms geen kwaad om je kwetsbaar op te stellen, het zou van een groot leiderschap getuigen moest Rousseau beslissen om wil ze nu vooruit gaan, ze beter eerst even stopt, terugkeert, de ervaring meepakt om dan nog sneller te accelereren.